Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Napolitanen ontbrak geheel het enthousiasme dat dezen kenmerkte; na een betrekkelijk kort gevecht trokken zij terug. Garibaldi vond het echter noodig, te berichten, dat zij veel dapperder tegenstand hadden geboden dan verleden jaar de Oostenrijkers (hoewel die niet zelden zijn toen nog zeer weinig geoefende vrijwilligers verslagen hadden), want hij gevoelde zich verplicht alle Italianen te verheerlijken; zelfs van de Sicilianen prees hij den moed, hoewel zij na het eerste vuur op de vlucht waren geslagen en eerst later enkelen weder aan het gevecht hadden deel genomen.

Het gevecht bij Calatafimi bevestigde zijn naam van onoverwinnelijkheid en onkwetsbaarheid, welken „de roode duivel", zooals de Napolitanen Garibaldi noemden, zich bij dezen had verworven, sedert hij ze in 1849 met bebloede koppen over de Romeinsche grenzen had teruggeworpen. Als een tooverslag verspreidde zich de mare over het eiland en bracht overal het volk in beweging. Landi moest zich haasten Palermo te bereiken, anders ware hij afgesneden geworden.

In de stad waren onhoudbare toestanden; de bevolkiug werd alleen door het gebrek aan wapenen belet in opstand te komen. De bezetting was door de vruchtelooze expedities en de daarbij niet zelden begane wreedheden erg gedemoraliseerd. Uit Napels kwam generaal Lanza, een geboren Siciliaan, als koninklijk commissaris, maar zijn volmachten waren slechts in schijn uitgebreid, daar Frans, even als zijn vader placht te doen, aan verschillende andere officieren afzonderlijke orders had gegeven. Hij vaardigde te vergeefs schoonklinkende proclamaties uit; niemand geloofde ze. De Engelsche admiraal Mundy verscheen op de reede en deed voorstellen tot bemiddeling, die den patriotten nieuwen moed gaven. Ieder wachtte op Garibaldi. Om dezen te beletten de stad te naderen, trok generaal Mechel met een aanzienlijk korps, tegen den wil van Lanza, het gebergte in. Garibaldi week voor hem terug, maar manoeuvreerde zoo handig, dat hij vóór hem, in den nacht van 26 op 27 Mei, voor de stad kwam, waar onmiddellijk alles wat wapenen had in beweging kwam; met name kwamen de monniken uit de talrijke kloosters Garibaldi helpen. Nog in den morgen drongen de vrijwilligers binnen en bezetten een der poorten. Drie dagen zag het er in Palermo vreeselijk uit; de citadel en de Napolitaansche vloot hielden niet op de stad te beschieten, waar voortdurend tusschen de troepen en de opstandelingen en vrijwilligers gevochten werd. Zonderling genoeg bleek later het verlies aan beide zijden veel geringer dan men zich

Sluiten