Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hoewel men voor Frankrijk niet meer bang was, de regeeringen moesten er rekening mede houden. De keizer van Rusland, hoewel op zijn wijs een liberaal, was verontwaardigd over de wijze waarop niet het volkenrecht werd omgesprongen; eerst over de wijs waarop Napels, Ruslands eenige vriend tijdens den Krimoorlog, werd behandeld, toen over de ongehoorde behandeling van den paus. Hij had wel gaarne tusschen beiden willen treden, maar samen met Oostenrijk. Ook Je keizer van Oostenrijk was verontwaardigd, maar toch nog meer bevreesd voor zijn Hongaarsche onderdanen. Het absolute Oostenrijk ging bankroet en Schinerling ging beproeven een constitutioneelen Oostenrijkschen eenheidsstaat op te richten, waar de Hongaren echter niets van wilden weten. Dat was geen geschikt oogenblik om een oorlog te beginnen, waarbij men ten slotte ook Frankrijk tegen zich zou hebbeu.

De prins-regent van Pruisen was evenmin geneigd het zwaard te trek ken, en zoo kwam er op de Warschauwer samenkomst der drie beheerschers van Oost-Europa niets van het algemeen gevreesde herstel der Heilige Alliantie. Integendeel zij vergenoegden zich met een protest tegen het nieuwe koninkrijk, waarvan Cavour wist wat hij er van te deuken had. Als het nieuwe koninkrijk maar bleef toonen dat zijn revolutionuaire oorsprong het niet noodzakelijk een revolutionnair karakter opdrong, zouden de mogendheden zich wel een voor een voor liet voldongen feit buigen.

Maar daarvoor was het volstrekt noodig orde te stellen op de zaken van het zuiden. Merkwaardig genoeg stiet men daarbij in den beginne op meer moeilijkheden op het vaste land dan in Sicilië. Op dit eiland werkten in den beginne alle standen even ijverig mede aan het tot standbrengen der nieuwe organisatie; ook de hooge adel, die in het Napelsche zich van elke deelneming onthield. Toen Victor Emmanuel in persoon verschenen was, legde Mordini zijn gezag neder en nam een koninklijke stadhouder met een raad van bestuur de regeering in handen. Hoewel de Noord-Italianen, en in het bijzonder de Piëmonteezen, slecht overweg konden met de eigenaardige toestanden op het eiland, vernam men in den beginne daar niet van al de moeilijkheden, waarmede de nieuwe regeeriug in het Napelsche te worstelen had. Eerst langzamerhand bleek het, hoe diep op het eiland alle misstanden wortel hadden geschoten, en hoe weinig de bevolking geschikt was voor de vrijheid. Op het vaste land daarentegen kwamen de ge-

Sluiten