Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfstandig. Maar terstond stiet hij op nieuwe moeilijkheden. De door hem uitgekozen vertegenwoordigers van Hongarije, tot welke partij zij ook mochten behooren, verklaarden het mandaat niet te mogen aannemen. Eerst toen door persoonlijke tusschenkomst van Benedek de regeering zich liet overhalen de oude kerkelijke organisatie der protestanten te herstellen, lieten zij zich bewegen te verschijnen toen den 318ten Mei 1860 de versterkte rijksraad geopend werd. Evenwel alleen om te verklaren, dat zij eigenlijk geen wettig mandaat hadden en slechts wilden medewerken uit eerbied voor den keizer en vertrouwen in zijn bedoeling om aan de wettige eischen der Hongaren te voldoen.

Bij alles wat aan de orde kwam werd het bezwaar van de onbevoegdheid van den raad opnieuw opgeworpen. Een poging der Duitschers om het plan eener grondwet voor de geheele monarchie in discussie te brengen, werd in het laatst van September door de Hongaren, verbonden met de adellijke conservatieven, afgewezen. Zoo leverde de bijeenkomst geen ander resultaat op, dan dat de regeering duidelijk kou zien hoe onvereenigbaar de denkbeelden der partijen waren.

De keizer echter achtte zich nu genoeg voorgelicht. Den '20,ten October verscheen een „keizerlijk diploma1' (de Oostenrijksche kanselarijen beschikten over een onnoemelijk aantal nergens elders ter wereld gebruikelijke officieele termen), waarbij de organisatie der geheele monarchie en de verhoudingen en rechten der verschillende daartoe behoorende landen geregeld werden. Het zou, werd uitdrukkelijk gezegd, een onherroepelijke grondwet wezen. De wetgeving voor alle algemeene zaken, financiën, militaire zaken, post en telegraaf enz. werd den tot op 100 leden versterkten rijksraad, van al de overige aan de afzonderlijke landdagen toegekend. Tegelijk werden de Hongaarsche en Zevenbergsche hofkanselarijen en, wat nog meer beteekende, de oude rechtsinstellingen van Hongarije, het hof te Pesth onder den judex curiae, de comitaten enz. hersteld.

Yoor de andere landen werden een aantal instellingen op modernen voet, zoowel bestuurslichamen als rechterlijke, onder een hof van cassatie te Weenen, beloofd. Aanzienlijke wijzigingen, zoowel in het personeel der ministers als in de organisatie der ministeriën hadden reeds zooals wij zagen plaats gehad. Graaf Leo Thun, met Bach de vader van het concordaat en de laatste der oudgedienden uit Schwarzenbergs tijd, moest de plaats die hij zoo lang had ingenomen, ruimen. Goluchowski werd als staatsminister met het opperbestuur over alle landen, behalve die

Sluiten