Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet ging, te minder omdat Plener de onmogelijkheid aantoonde om zonder bevrediging der gemoederen door verleeniug van werkelijk vrijzinnige instellingen, het crediet van den staat te herstellen De loop der buitenlandsche zaken, vooral de toenemende verwikkelingen in Dttitschland, lieten niet toe, dat Oostenrijk geheel buiten staat zou geraken aan zijn woord eenige kracht bij te zetten. Of hij wilde of niet, moest de keizer verder gaan op den weg naar de constitutioneele monarchie. Goluchowski trad af en na lange onderhandelingen werd, 13 December 1860, Schmerling tot staatsminister benoemd.

Sedert hij in 1851 zich bij de opheffing der grondwet uit de staatszaken had teruggetrokken, was de vroegere Duitsche rijksminister van 1848 dezelfde onbuigzame doctrinaire Oostenrijksche en CirootDuitsche liberaal gebleven als hij zich tijdens de omwenteling had betoond Zijn idealen waren evenzeer dezelfde gebleven; als leider van een streng gecentraliseerde maar liberaal-constitutioneele Oostenrijksche monarchie hoopte hij, zonder het zwaard te voeren, zijn keizer de oppermacht in het zeventig-millioenenrijk te verschaffen. Doch daarom kwam het thans er op aan, in Oostenrijk den vrede te herstellen en verzoenend op te treden jegens Hongarije, opdat ook daar aan de liberale maatregelen gelegenheid zou worden gegeven hun invloed te laten gelden. Bij zijn optreden verklaarde Schmerling volledige godsdienstvrijheid voor een grondwettig recht van ieder onderdaan des keizers, en in zijn in een rondschrijven aan de burgerlijke overheden ontwikkeld programma nam hij volledige scheiding van rechtspraak en bestuur, uitbreiding der rechten der landdagen en rechtstreeksche verkiezing door deze van de leden van den rijksraad op.

De Oosten- Het lag echter geenszins in Schmerliugs bedoelingen die landdagen «roK'van zoozeer op den voorgrond te stellen als bij het October-diploma was 1801. bepaald. Voor hem lag het zwaartepunt van den staat in den Rij s raad, waarvan hij een algemeen rijksparlement wilde maken, dat met den keizer, den eenigen bezitter der uitvoerende macht, het wetgevend gezac over alle deelen der monarchie zou uitoefenen. Het ging echter niet°aan het October-diploma, dat als een onveranderlijke grondwet was afgekondigd, al na vier maanden af te schaffen en daarom nam Schmerling zijn toevlucht tot een allerzonderlingsten maatregel.

Terwijl'op den 13dc" Februari 1861 de Hongaarsehe rijksdag tegen 2 April werd bijeengeroepen, en bepaald werd dat voor de verkie-

Sluiten