Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijk geen ander antwoord dan een besluit tot ontbinding (21 Augustus 1861). De rijksdag ging onder protest uiteen. Op Déak's raad bleef men zich in Hongarije zorgvuldig van elke gewelddadigheid onthouden. Zoo volgden dan ook op de maatregelen der regeering, die o. a. elk geconstitueerd lichaam ontbond, dat zich bij het protest van den rijksdag dorst aan te sluiten, geen ander dan lijdelijk verzet. Aan de regeering veroorzaakte dit te grooter moeilijkheid, omdat er in het land bijna geen menschen te vinden waren, geneigd om in plaats der ontbonden corporaties het bestuur te voeren. Zelfs was het uiterst moeilijk een magnaat te vinden, die den door Vay weldra verlaten post van hofkanselier wilde vervullen. Als vroeger Duitschers of Slaven aan te stellen was onmogelijk, sedert eerst een jaar geleden alle niet Hongaarsche ambtenaren ontslagen waren en voor een goed deel het land verlaten hadden. Door het herstel der comitaten was het plaatselijk bestuur en de lagere rechtspraak zoo goed als geheel in de handen van landzaten.

Schinerling was echter geenszins de man om voor tegenstand te wijken. Hij geloofde vast dat met der tijd de Hongaren zich wel zouden laten gezeggen. Anders, hetgeen in de andere landen gebeurde was niet geschikt om hem moed in te boezemen. Men had toch met grond kunnen verwachten, dat de Kroaten, juist door de weigering der Hongaren, zouden worden bewogen om zich bij de regeering aan te sluiten. Doch de landdag te Agram weigerde volstandig afgevaardigden te kiezen, voor niet door de toevoeging van Dalraatië en Slavonië (de Militaire grenzen) het drie-eenig koninkrijk hersteld was. Alleen in Zevenbergen gelukte het in het najaar van 1863, door samenwerking van Roemenen en Saksers, eerst de bijeenkomst van den landdag en later de zending van afgevaardigden naar den rijksraad te verkrijgen, wat door Schmerling en de Duitsche liberalen als een groote overwinning begroet werd. Want nu was ook een Hongaarsch kroonland vertegenwoordigd, en kon dus de rijksraad bevoegd worden geacht voor de geheele monarchie op te treden. Doch dat verschijnen van een paar afgevaardigden terwijl zoo vele bleven ontbreken, was volstrekt niet voldoende om een dergelijke fictie vol te houden.

Ook in Italië en Tirol (in het laatste echter uit oppositie tegen de liberale regeering) werd eerst na veel moeite de afvaardiging gedaan gekregen. Daarentegen waren de Bohemers, Moraviërs en Galiciërs in den beginne wel verschenen. In Bohemen had de Tschechische partij

Sluiten