Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarenboven niet aangetrokken door de persoonlijkheid van zijn minister,

die bij alle bekwaamheid en vastheid van karakter, toch met de gave had om de menschen mede te sleepen. Zoo groeiden de moeilijkheden steeds aan, en hoe langer hoe meer bleek het dat Sch.nerling het onmogelijke wilde, dat hij geen rekening hield met de werkelijk iel eu dat zijn staatkunde tot onvruchtbaarheid gedoemd was.

Sedert 1859 was de Duitsche beweging zoodanig in gang gekomen,

l *i. DuitBchland,

dat zij niet meer te stuiten was. . voor Bis.

Bijna alle regeeringen waren overtuigd dat er iets gedaan moest op.

,1» „n de nationale „n,cta, eenigszin, te getnoe, te komen,

natuurlijk met zoo geringe opoffering der eigen zelfstandigheid als maar eenigszins mogelijk was. Slechts zeer enkele Duitsche vorsten en leidende ministers waren van harte bereid mede te wer en o e in het leven roepen van toestanden, die de souvereiniteit der Duitsche staten onderwierpen aan een centraal Duitsch rijksgezag. Evenwel, er waren sommige punten waarop zelfs de meest autocratische ouder de grootere en kleinere souvereinen begrepen te moeten toegeven, even Iroed als zij niet hadden kunnen weigeren hun onderdanen eenig aandeel in de tegeeri.g te geven, .1 ™ dit dan ook mee.t.1 klein. Zoo stond dan ook hervorming van den Bond voortaan bij a l regeeringen op het programma, maar meestal een hervorming, we e het groote vraagstuk, waarop alles aankwam, onbeslistliet. Zelfs Schwarzenberg had ondervonden, dat de middenstaten alleen zoolang zich aan Oostenrijk aansloten, als er gevaar was dat Pruisen zich van de leiding zou meester maken; zoodra hij verder had willen gaan ten bate van het oppergezag van Oostenrijk, had hij ze even hard tegen zich gekant gevonden. Datzelfde deed zich ook nu voor,

bij alle onderhandelingen verkreeg men geen andere dan negatieve

resultaten. , , , ,,,

Dat was al dadelijk in 1860 gebleken toen de samenkomst van den

prins-regent van Pruisen met Napoleon te Baden-Baden aanleiding gaf

tot de bijeenkomst van een aantal Duitsche vorsten, waarop de prins,

althans tegenover den Franschen keizer, eenigermate als de leider van

het niet tot Oostenrijk behoorende Duitschland optrad. Maar deze

gelegenheid om zich over een aantal vraagstukken der Duitsche politiek

te verstaan ging ongebruikt voorbij; niet alleen bleven zich de vier

koningen, en met hen de groothertog van Hessen en de hertog van

Sluiten