Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«prake kon zijn zoolang die beide in den Bond bleven Zooals Bismarck het uitdrukte, niet door besluiten van meerderheden kon de Duitsche quaestie worden beslist, maar alleen Jerro et u,m of zooaU een andere veel gewraakte uitspraak van hem luidde, alleen door „Blut

und Eisen", door bloed en staal.

Weldra volgde dan ook in Duitschlaud op de voor een oogenblik aleemeene geestdrift voor Oostenrijk en de Groot-Duitsche politiek een even sterke ontnuchtering. Maar hoewel m de wisseling van nota's welke op de na afloop der vergadering nogmaals tot 1 ruisen gerichte uitnoodiging tot toetreding volgde, Pruisen ouder anderen ook een Duitsch parlement, door rechtstreeksche verkiezingen samengesteld als een noodzakelijkheid bij elke Boudshervorm.ng eischte,

werden de gemoederen daarom nog niet sterker tot Pruisen aangetrokken. Het rampzalig conflict tusschen koning en natie bleef ze van Pruisen vervreemden. Zoo was men ook in Duitschland vrijwel op het doode punt. Men kon niet met Oostenrijk en mlde niet met

Pruisen medegaan!

De Duitsche regeeriugen deden niet anders dan het Duitsche vol .

Toen in liet najaar Oostenrijk een zwakke poging deed om, door conferenties van ministers te Neurenberg, zooals in beginsel reeds vooraf te VVeenen was besloten, een nauwe verbintenis met de overige Duitsche staten zonder Pruisen te sluiten, verklaarden de middelstaten evenmin van een bond zonder Pruisen als van een zonder Oostenrijk te willen weten. En dat was zeer begrijpelijk. Want hun souvereiniteit berustte juist op de aanwezigheid van twee groote mogendheden in den Bond. Was er slechts één, dan werden zij aan deze van zelf onderdanig Dat werd nu ook aan de Oostenrijksche staatslieden duidelijk.

Dit gebeurde in September 1863. Geen mensch vermoedde toen dat een beslissing aanstaande kon zijn. Toch was men slechts weinige maanden verder, toen geheel Duitschland en weldra ook geheel Europa ontwaarde, dat de crisis voor de deur stond. Sleeswijk-Holstein werd de aanleiding tot de beslissing.

In 1862 had, zooals wij weten, de Deensche regeering, om Duitschland schaakmat te zetten, de algemeene rijksgrondwet voor Holsteiri opgeov^siee.-, heven, maar voor Denemarken en Sleeswijk laten bestaan. Zij had daarmede echter geen doel getroffen. Integendeel niet alleen de HoLsteinsche standen, maar ook Oostenrijk en Pruiseu hadden er tegen

Sluiten