Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de hertogdommen uiet dan met wederzijdsch goedvinden der beide bondgenooten van Denemarken zouden kunnen worden losgemaakt, een ander aangenomen te krijgen, dat den bondgenooten, als het tot een oorlog was gekomen, de vrije hand liet over de hertogdommen, zij het dan ook steeds in gemeenschappelijk overleg. Daarbij kwam hem vooral de vrees van het Weener kabinet te stade, dat Pruisen, als het verdrag niet tot stand kwam, alleen zou optreden en zich dan in het geheel niet om de onschendbaarheid van Denemarken bekommeren. Niet minder ook bezorgdheid voor de plannen van Napoleon die de Duitsche staten in dien tijd met zoo goed gevolg in hun verzet tegen de wenschen der beide groote stijfde, dat het zooeven genoemd voorstel van 28 December met overgroote meerderheid werd afgestemd.

Da onmiddellijk daarop volgende verklaring, dat de inbeslagneming van Slees wijk dan door beide mogendheden zelfstandig zou geschieden, had zoowel bij de regeeringen der middel- en kleine staten als bij het Duitsche volk nieuwe algemeene beweging verwekt.

Immers men meende uiet anders dan dat Oostenrijk en Pruisen geen ander doel hadden, dan de verbinding der hertogdommen met Denemarken te handhaven en den bond, of liever het Duitsche volk te beletten Augustenburg tot hertog van Sleeswijk-Holstein te maken, wat trouwens, zoover Oostenrijk aanging, ook niet onjuist was. Zoo hoog was de verbittering ook in Pruisen gestegen , dat het huis der afgevaardigden, dat reeds de handhaving van het Augustenburgsche erfrecht "tot een plicht van Pruisen verklaard had, aan de regeering de voor de militaire maatregelen tegen Denemarken beuoodigde gelden weigerde, wat Bismarck beantwoordde met de onomwonden verklaring, dat de regeering dan het benoodigde geld eenvoudig zou nemen. Ik behoef niet te zeggen, hoe dat zeggen in Duitschland en Europa werc opgenomen. Ook buiten Pruisen was de beweging zoo sterk, dat deS tegen Denemarken bestemde Oostenrijksche troepen den omweg over Silezië moesten maken, om niet het Saksisch en Beiersch gebie te betreden, en dat zelfs Hannover den doormarsch van Pruisische

troepen slechts na eenig verzet toeliet.

Te Weenen was men dientengevolge zoozeer bezorgd geworden, dat de Bond zich aan Denemarken vergrijpen en een algemeenen oorlog verwekken zou, dat men over den tegenzin tegen het weglaten der waarborging van Denemarkens onschendbaarheid heenstapte, en de overeenkomst met Pruisen den 16"™ Januari 1864 onderteekend werd.

Sluiten