Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feit van het hervormde Pruisische leger iu Kopenhagen maakte, dat al tien dagen later op bevel der Deensche regeering Fredencia ontruimd werd en daarop geheel Zuid-Jutland zonder tegenstand aan den bondgenooten werd overgelaten. Maar om, door Sleeswijk op te geven, terstond vrede te verwerven, daartoe konden de Denen niet besluiten, al konden zij zich niet ontveinzen dat lang niet alle mogendheden hun zaak begunstigden. Met name had Napoleon zich tegen hen verklaard. Al in Maart had hij het houden eener volksstemming in de hertogdommen voorgeslagen en was daarover met Bismarck inon erhandelingen getreden, die kenlijk ten doel hadden Pruisen van Oostenriik te scheiden. Daarbij had hij zicli voor een voorstander van een Pruisische annexatie verklaard, voor zoover deze althans overeenkwam met den wensch der bevolking. Gevolg hadden die onderhandelingen niet; alleen deden zij Bismarck met meer gerustheid de opening der conferentie te gemoet zien.

De Londen- De sureek woordelijke langzaamheid van den Bondsdag was oorzaak

rentie. C°nfe' dat het tot den 258ten April duurde eer de aankomst van lieust a s

gevolmachtigde van deze doorluclite corporaue, u, «r n — —

rentie mogelijk maakte. Onmiddellijk stelden toen de onzijdigen (de gevolmachtigden van Engeland, Frankrijk, Rusland en Zweden) een wapenstilstand voor. Daar werd lang over gedebatteerd, daar de Denen de blokkade der Duitsche havens niet wilden opbellen, als ine u land ontruimd werd. Eindelijk kwam men tot overeenstemming, de blokkade werd opgeheven en Jutland wel niet ontruimd, maar onder Deensch burgerlijk bestuur gelaten. Den II*- Mei ging de wapenstilstand in. Hij zou een maand duren, tenzij hij verlengd werd.

Reeds bij deze voorloopige onderhandelingen was gebleken, a Denen vast op hun recht bleven staan. Behalve aan de natuurlijke eigenschappen van het Deensche volk lag deze, onder de bestaande omstandigheden misplaatste, stijfhoofdigheid vooral aan Palmerston en de Engelsche ministerieele pers, die voortgingen om zich in de Ueltigste taal tegen de eischen der mogendheden en nog meer tegen die der Duitschers uit te laten. Op de conferentie zelf werden de Deensche gevolmachtigden in hun verzet niet minder gestijfd door den tegenzin der onzijdige diplomaten om het werk van 1852 ongedaan te maken. Evenwel, dat een voortduren der bestaande verbinding hertogdommen met Denemarken volstrekt onmogelijk was, moest zeU

Sluiten