Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den meest conservatieven diplomaat duidelijk worden. Bismarck had aan de Pruisische overlieden in Sleeswijk last gegeven elke agitatie ten voordeele der volledige scheiding zooveel mogelijk te begunstigen, wat ten gevolge had dat in Sleeswijk niet minder dan in Holsteiu, op tallooze volksvergaderingen en in alle bladen, het „los van Denemarken werd uitgeroepen. Ook in Pruisen zelf legde de regeering de beweging ten gunste der hertogdommen nu geen enkel beletsel meer in den weg; alle "partijen namen er gelijkelijk aan deel, de conservatieven niet minder dan de liberalen Dat laatste deed zich trouwens overal in Duitschland voor. Nu de overmacht der Duitsche wapenen zoo voldingend was bewezen, stemden ook allen, die tot nog toe twijfelmoedig waren geweest, mede in het algemeene koor in.

De Oostenrijksche regeering was weinig inet de beweging ingenomen, maar zij stond er machteloos tegenover. Daarenboven mocht zij niet den schijn hebben bij Pruisen achter te staan in ijver voor Duitschlands recht. Een gelukkig zeegevecht door twee Oostenrijksche fregatten onder kapitein Tegetthoff tegen drie Deensche, bij Helgoland, had zoo pas den naam van Oostenrijk nieuwe populariteit verschaft; zij moest toezien die niet te verspelen. Evenwel, zij zou zeker nog lang aan de onschendbaarheid van Denemarkeii hebbeu vastgehouden, wanneer de Denen zelf dat niet onmogelijk hadden gemaakt.

Toen de onmogelijkheid om de bestaande verhoudingen tusschen het koninkrijk en de hertogdommen te bestendigen, ook aan de onzijdigen voldingend bewezen was, schoot er niets over, tenzij men tot een volledige scheiding wilde overgaan, dan een personeele Unie. Zooals wij weten, had Pruisen bij het Maartverdrag daarin moeten berusten. Zoo zou dan waarschijnlijk geen andere uitkomst de conferentie hebben bekroond, niettegenstaande alle verontwaardiging der Duitschers, dan een besluit in dien zin, wanneer niet de Deensche gevolmachtigden den 17den Mei hadden medegedeeld, dat zij in geen geval iu een scheiding der beide hertogdommen van het koninkrijk mochten bewilligen , zelfs niet als de Deensche koning daar als hertog werd erkend.

Daarmede was de personeele Unie even goed als elke audere verbinding van de baan, en bleef er voor de conferentie niets over dan te beproeven of het mogelijk was, een andere voor beide partijen aanneembare oplossing te bedenken. Het gevolg was dat den 288,en door de gevolmachtigden van Oostenrijk, Pruisen en den Boud werd voorgesteld den erfprins van Augustenburg als hertog van Sleeswijk-Holstein

1T 11

Sluiten