Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen bleef Bismarck weigerachtig een beslissing te bespoedigen door kenbaarmaking der voorwaarden, waarop Pruisen die. overdracht wilde laten geschieden, en beklaagde zich ernstig over den naar zijn oordeel onbetamelijken haast, waarmede door Oostenrijk daarop werd

aangedrongen. .

Het duurde tot Februari 1S65 eer hij aan dien wensch voldeed.

Zooals van zelf sprak, waren de Pruisische eischen van dien aard, dat geen mensch in Oostenrijk geneigd kon zijn die in te williger.. Kenschetsend was het echter voor het standpunt van Biegeleben en de andere ministeriaal-raden van het Oostenrijksche ministerie, dat het met de afstand aan Pruisen van Kiel als maritiem station en van Rendsburg (de laatste plaats onder den naam van bondsvesting) was, of het toezicht op aanleg en beheer van het Oost-Noordzeekanaal en de toetreding tot het Tolverbond, wat dezen als reden gold om de voorste en af te wijzen, maar in het bijzonder het onder Pruisisch bevel stel en van de militaire macht der hertogdommen, de eed op het vaandel der Sleeswijk-Holsteinsche troepen aan den koning van Pruisen en dan ook, hoewel in mindere mate, het onder Pruisisch gezag stellen van post en telegraaf, en onherroepelijke aansluiting aan het Pruisische to s e se . Want alleen deze eischen maakten iubreuk op de souvereine rechten, die den toekomstigen hertog als bondsvorst toekwamen, en van een wijziging in de Bondswet, die volkomen gelijkheid van alle leden

onderstelde, mocht geen sprake wezen.

Dat antwoord kwam in Berlijn niet onverwacht. Het teeken e e opvatting van den toestand die daar bij de regeering hi erschte, at Moltke gevraagd werd om een rapport over den militairen toestand van Oostenrijk. Bismarck en Roon zagen den oorlog naderen.

En werkelijk was keizer Frans Joseph, hoewel verre van oorlogzuchtig, niet geneigd aan de Pruisische eischen te voldoen, maar bleef bij et plan, Augustenburg zonder eenige voorwaarden tot hertog van etl ^e scheppen bondstaat Sleeswijk-Holstein te verheffen. De Sleeswij Holsteiners ontdekten dit weldra door de wijze waarop Halbhuber van nu af optrad en niet minder uit Oostenrijk's optreden m den Bondsdag Daar hadden Beieren, Saksen en Hessen-Darmstadt in Maart een motie voorgesteld, die inhield, dat de Bond met vertrouwen de verwachting uit zou spreken, dat Oostenrijk en Pruisen nu het bestuur over Holstein (met Sleeswijk had de Bond niets te maken) zouden overdragen aan Augustenburg. Oostenrijk stemde daar voor, maar deelde

Sluiten