Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder Déaks leiding voor den dag gekomen met een wijziging van programma. Zij vroeg niet meer een zuivere personeele unie, maar erkende de noodzakelijkheid, dat de eenheid van buitenlandsche staatkunde en leger voor al de staten die aan den keizer-koning onderdanig waren, bewaard bleef. Zij verklaarde er dus in te willen berusten, dat bij volkomen zelfstandigheid van binneulandsch bestuur en wetgeving, dergelijke gemeenschappelijke aangelegenheden behandeld zouden worden in delegatiën van den Hongaarschen en den Oostenrijkschen rijksdag. Eerst echter moest de koning zicli laten kronen, en daardoor zich als wettig koning van Hongarije door zijn volk laten erkennen, en moesten de sedert 1848 van de Hongaarsche kroon afgescheiden landen er weder aan worden toegevoegd. Het was de regeling, welke tot op den huidigen dag tusschen beide deelen der Oostenrijksch-Hongaarsche

monarchie bestaat.

In Hongarije was reeds de conservatieve adel voor het plan gewonnen; van de radicalen kon met grond verwacht worden, dat zij wel kraehtigen tegenstand zouden bieden, maar op den duur voor het overwicht van DtLk zouden moeten bukken, achter wie de groote massa van het volk zich schaarde. In Oostenrijk was onder de, de meerderheid van den rijksraad uitmakende, Duitschers een deel (en daaronder de beste mannen der liberale partij) bereid om op het aanbod in te gaan. Schmerling echter niet. Hij beweerde dat Hongarije door den opstand van 1849 zijn constitutie had verbeurd, dat het dus geen recht had op meerdere zelfstandigheid dan eenig ander kroonland, veel min op eenig gezag over sommige landen, die in vroeger tijd er aan onderdanig waren geweest. Het alleruiterste wat hij Hongarije kon toestaan was al gegeven toen de Hongaarsche rijksdag volgens de wet van 1848 was bijeengekomen. Wilden de Hongaren zich niet voegen, goed, Oostenrijk kon wachten. Op den duur zou het Hongaarsche volk de zegeningen vau het modern bewind hooger stellen dan oude voorrechten.

Het was een trotsch woord, maar moeilijk goed te maken als men, na drie jaar wachten, geen ander resultaat had aan te wijzen dan het verschijnen der beide Zevenbergsche afgevaardigden. Vandaar dat ouder de Duitschers algemeene twijfel aan de uitvoerbaarheid van Schmerlings plan begon te rijzen , terwijl zij tegelijkertijd hoe langer hoe meer tegen zijn binnenlaudsche staatkunde in verzet kwamen. Daartegen trad hij op eene wijze op, die hem zeer kwalijk werd genomen, zoodat de zittingen van den rijksraad niet zelden een stormachtig karakter kregen.

Sluiten