Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst verzoening met Hongarije en inrichting der regeering daar, zooveel als het kon, gelijk die vóór 1848 geweest was, d. w. z. mederegeeren van den hoogen adel en de geestelijkheid, terwijl de lagere klassen door een hoogen census van den rijksdag zouden worden uitgesloten. Dat moest ook zooveel mogelijk de grondslag zijn van het bestuur der andere landen, aan welke ook een betrekkelijk groote mate van zelfstandigheid zou worden verleend. Maar de centrale regeering zou

weder alleen bij den keizer berusten. ....

Zonder dat Schmerling er in gekend werd, begaf zich keizer trans Joseph in den zomer van 1865 naar Hongarije, waar hij met uitbundige geestdrift werd ontvangen. En daar gekomen, verving hij den hof kanselier Zichy, een van Schmerlings weinige vertrouwde vrienden in Hongarije, door Mailath, een der leiders der conservatieve magnaten, een 'bekend tegenstander van het centralisme. Schmerling begreep den wenk en bood zijn ontslag aan. Aartshertog Renner, de ministerpresident in naam en zelf een man van constitutioneel beginselen, zocht te bemiddelen, maar zonder gevolg. Toen vroeg ook hij zijn ontslag en met hem het geheele ministerie. Het werd natuurlijk aangenomen. Behalve Esterhazy, die echter zich wel wachtte voor het aanvaarden van een portefeuille, bleef alleen Mensdorff, en wel op uitdrukkelijk verlangen des keizers, die zijn ministers als zijn persoonlijke dienaren beschermde, welke maar niet, als zij wilden, hun dienst mochten opzeggen, maar moesten wachten tot de keizer het „oed vond hen te laten gaan. Nadat nog de begrooting inderhaast wa, afgedaan, werd den 30*°° Juli 1865 het ministerie Schmerling vervan-en door een ander dat, naar zijn president, het ministerie Belcredi, maar gewoonlijk spottenderwijs het graven ministerie werd

g Het waren alle hoog adellijke heeren, graaf Belcredi, graaf Mensdorff graaf Larisch, de minister van financiën, graaf Esterhazy en no<* 'verscheidene graven meer, maar uitsluitend middelmatigheden, Esterhazy uitgezonderd, die echter door besluiteloosheid en gemis van energie zijn werkelijk groote talenten nutteloos maakte.

Zoo viel Schmerling, de man die gedacht had Oostenrijk tot een modernen constitutioneelen eenheidsstaat te maken. Zijn stelsel overleefde hem niet lang. Den 20»'»» September van hetzelfde jaar werden de door het patent van Februari 1861 ingevoerde grondwettige bepalingen geschorst en, totdat de Hongaarsche rijksdag en de 17 land-

Sluiten