is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Venetië-Rumenië uiet Oostenrijk in overleg traden. Zelfs Govone ontried vooreerst elke nadere verbintenis en zoo bleven de onderhandelingen steken, tot groot ongenoegen van den koning, dien de Italianen bijna evenzeer wantrouwden als den kroonprins en de geheele machtige vredespartij aan het hof, waar het verschijnen van Govone uiterst ongaarne gezien werd. Wel sloeg Govone voor, een overeenkomst te sluiten, welke Pruisen gelegenheid gaf het Duitsche vraagstuk op gang te brengen en daarom zou inhouden, dat beide partijen er slechts gedurende drie maanden na de onderteekening aan gebonden zouden zijn, maar La Marniora waagde ook dit niet aan te nemen. Opnieuw wendde hij zich tot Napoleon.

De reeds in de eerste dagen van Maart begonnen onderhandelingen van Goltz met den Franschen keizer hadden intusschen al even weinig tot eeuig resultaat geleid, daar deze terstond over de vraag was gaan spreken, welke Bismarck juist vermeden wilde hebben, nl. over die, welke landen, in geval Pruisen zijn doel bereikte, zouden kunnen dienen om ook Frankrijk naar verhouding der Pruisische machtsuitbreiding te vergrooten. Dat belette evenwel Napoleon niet aan de Italiaansche regeering te laten weten, dat hij in ieder geval een bondgenootschap van Italië met Pruisen tegen Oostenrijk wenschelijk achtte. Hij beloofde zelfs Italië in geval het de nederlaag leed te zullen beschermen , en verzekerde het als prijs voor den oorlog \ enetië. Onomwonden deelde hij den beiden Italiaanschen onderhandelaars, zijn ouden vriend Arese, die al zoo dikwijls in dergelijke vertrouwelijke zendingen was gebruikt en den gezant Nigra, die bijzonder goed bij hem stond aangeschreven, mede dat hij er op rekende als scheidsrechter op te treden. Als de oorlog eenmaal in Duitschlaud begonnen was en dan een Fransch leger de Rijnlanden bezette, zou hij, dacht hij, de vredesvoorwaarden kunnen voorschrijven. Om echter geheel zeker te zijn dat Pruisen het spel niet bedierf, moest Italië aan Pruisen de voorwaarde stellen het eerst den oorlog te verklaren.

Zoodra La Marmora op die wijze, zooals een zijner ambtgenooten het zelf uitdrukte, verlof had gekregen het verbond aan te gaan, ging alles betrekkelijk gemakkelijk. Te meer omdat het W eener kabinet zelf aan Pruisen den weg tot den oorlog bereidde.

Het was natuurlijk te zeer op de hoogte der Pruisische toestanden, om niet te weten met hoe grooten tegenstand Bismarck bij zijn oorlogsplannen had te worstelen. Vooreerst was het dan ook uiet ongerust