Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelneming van den koning sedert vier jaar den strijd tegen het eigen parlement volhield, den Bondsdag en geheel de wereld op den 9den April 1866 verraste met het voorstel, dat de Bondsdag een Duitsch parlement zou bijeenroepen, dat door het algemeen stemrecht zou worden samengesteld en zou te beraadslagen hebben over het ontwerp eener nieuwe Duitsche grondwet, welke door de regeeriugen in gemeenschappelijk overleg zou worden ontworpen.

Wanneer Bismarck gehoopt had (en daaraan valt niet te twijfelen) de openbare meening door dit voorstel voor Pruisen te winnen, dan werd die hoop volslagen beschaamd. Integendeel, niet alleen bijna alle Duitsche regeeriugen, maar ook alle Duitschers. bijna zonder onderscheid van partij, zagen in een dergelijken voorslag, uitgaande van zulk een regeering, niets dan een politieke machinatie, welke niet oprecht bedoeld kon wezen. De conservatieven waren verontwaardigd, dat de Pruisische regeering zich openlijk met de revolutie verbond, de liberalen wilden niet gelooven dat het aanbod eerlijk gemeend was en schepten nieuwen argwaan uit het voorstel der invoering van algemeen stemrecht, dat naar Napoleontische plannen smaakte.

In het buitenland hoorde men uit de pers bijna maar een stem over het voorstel, en in Duitschland was het niet veel anders. Ook de buitenlandsche regeeringen toonden niet onduidelijk haar geringe ingenomenheid. Het gevolg was, dat Beieren, dat vroesrer vrij gunstig gezind was, voortaan hoogstens welwillende onzijdigheid in acht nam. terwijl bijna alle Duitsche staten van eenige beteekenis zich vijandig toonden. En nu de openbare meening zich zoo ongunstig uitliet, begon ook de nog altijd machtige vredespartij aan het hof, in de eerste plaats de koningin en de kroonprins en zijn echtgenoote, zich weder krachtig te laten gelden en grooten invloed op den koning uit te oefenen. Tegelijk kwamen andere ongunstige berichten. Napoleon, die teleurgesteld was in de verwachting dat Pruisen hem nu voorstellen over een verbond zou doen, toonde bedenkelijke koelheid, zelfs twijfelde men aan de vertrouwbaarheid van Italië. Daarenboven toonde juist thans de Oostenrijksche regeering geneigdheid tot terugneming der in de laatste dagen van Maart en de eerste dagen van April aanzienlijk uitgebreide toerustingen, wanneer Pruisen hetzelfde doen wilde. Het gevolg was, dat in de week na het teekenen van het verdrag met Italië en de indiening van het voorstel tot bijeenroeping van een Duitsch parlement, de vredespartij te Berlijn zooveel veld won, dat den

Sluiten