Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den erfvijand kwain opnieuw in vollen gang. Thans gedaan te krijgen dat het zich aan ziju verplichting tegen Pruisen onttrok en geen slag deed om de Dogenstad te verlossen, was een hopeloos beginnen. Als zoo dikwijls, kwam Oostenrijk te laat, omdat het te vroeg begonnen was.

Een oogenblik scheen het alsof Pruisen werkelijk geloofde dat de Oostenrijksche mobilisatie alleen Italië bedreigde. Nog op den 25stl" April verkeerde men te Berlijn in onzekerheid of Oostenrijk gevolg geven zou aan zijn voorslag om met dien dag een begin te maken met het terugbrengen der troepen in Boheme op den voet van vrede. En zoo lang het tegendeel niet zeker was, liet de koning zich niet tot eenigen nieuwen mobilisatiemaatregel overhalen. Evenwel, weldra vernam men van Oostenrijksche maatregelen, die onmogelijk alleen tegen Italië gericht konden wezen en kwam tevens een mededeeling van Mensdortf, dat men, wegens de toerusting tegen Italië, met de demobilisatie niet voort kon gaan. Dat was beslissend. Den 3'Je" Mei onderteekende de koning de eerste orders tot mobilisatie der korpsen in de meest bedreigde deelen des lands; twee dagen later werd die maatregel tot andere uitgebreid; den 12den eindelijk bevolen, dat de geheele Pruisische krijgsmacht op voet van oorlog zou worden gebracht. De wisseling van nota's over de demobilisatie was nog eenigen tijd voortgezet geworden; eerst in het begin van Mei verklaarde Mensdorff dat het nutteloos was daarover verder te correspondeeren. Omstreeks dien tijd waren in het Oostenrijksche ministerie de laatste orders uitgegeven, die de mobilisatie van het geheele leger moesten voltooien.

Geheel Oostenrijk en geheel Pruisen waren vervuld van wapengedruisch. Overal kruisten de spoortreinen, die de opgeroepen manschappen naar hun verzamelplaatsen voerden met die, welke troepenkorpsen naar de hun aangewezen stellingen vervoerden. In Pruisen ging dat met groote regelmaat, maar in Oostenrijk niet zonder veel vertraging en verwarring, daar de regimenten niet, als in Pruisen, gelegerd waren in de provinciën uit welke zij hun manschappen ontvingen.

Zoo stonden in Mei 1866 de beide groote Duitsche mogendheden tegenover elkander met de hand aan het zwaard. Wel was de oorlog nog niet verklaard, maar de breuk was volkomen. 1

I Tot hiertoe was de Schrijver gevorderd toen hem de dood te midden van ziju arbeid verraste. Hetgeen volgt is van de hand van Mr. W. H. dk Beaufort. Slechts een fragment van een der volgende hoofdstukken is nog in de nalatenschap van Dr. Muller gevonden en zal in het daarvoor door hem aangewezen verband worden gedrukt.

II 13

Sluiten