Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

re<*eering haar geduld zou verliezen of door een onverwacht optreden van Garibaldiaausche vrijscharen tot een oorlog met Oostenrij zou gedwongen worden, werd uiet vervuld, want Victor Emmanuel luisterde nocr altijd het meest Tiaar den raad van zijnen bondgenoot van 185», en Napoleon 111 waarschuwde ernstig tegen elke daad van vijan sc ap voor dat Pruisen den oorlog begonnen had, daarbij te kennen gevent dat, hoe de oorlog ook uitliep, de verkrijging van \enetie in elk geval kon gehoopt worden. ïntusschen kwam Oostenrijk aan Bismarc een uitnemende gelegenheid verschaffen om zijne uittartende: staatkunde voort te zetten, door te verklaren op 1 Juni dat het de zaa er Elbe-hertogdommen door den Bond wilde laten beslissen. Van deze inbreuk op de overeenkomst van Gastein, waarbij Oostenrij zie i i<«

verbonden de toekomst van Sleeswijk-Holstein uitsluitend in over eg

met Pruisen en dus zonder den Bond te regelen, maakte Bismarck dadelijk gebruik door zich thans van de Gasteiner overeenkomst ontslagen te achten. De bevelhebber der Pruisische bezetting van Sleeswijk verklaarde op last zijner regeering aan den Oostenrijkse len bevelhebber in Holstein, dat thans de rechtstoestand voor de nu verbroken Gasteiner overeenkomst bestaande, wederom in het leven was getreden, het onverdeeld bezit van Oostenrijk en Pruisen; dat ruisen derhalve het recht had teruggekregen om ook m Holstein bezetting te legen en daarvan gebruik dacht te maken. De bijeenroeping der Holsteinsche stenden te Itzehoe door den Oostennjkschen bevelhebber, werd op deuzelfdeu grond onwettig verklaard, want thans kon een dergelijke oproeping niet meer plaats hebben zonder de medewerking van den koning van Pruisen als medebezitter. De daad volgde onmiddellij op het woord. De Pruisen trokken Holstein binnen, Bismarck had niet anders verwacht of zij zouden door de Oostenrijkers met kanonen geweervuur worden ontvangen, maar ook ditmaal werd hij te eurgesteld. Gablenz met zijn 4800 man week naar Altona, op e uiterste zuidelijke grens aan de Elbe gelegen. De Pruisen volgden hem, terwijl Pruisische kauonueerbooten de Elbe afstoomden en beneden Altona post vatten. Het gelukte den Oostenrijkschen beve hebber echter in den nacht van 11 Juni de Elbe over te trekken naar het Hannovraansch gebied, van waar hij zijne troepen per spoor naar Oostenrijk terugvoerde. Zoo was Pruisen zonder slag of stoot meester geworden van de Elbe-hertogdommen. Het oefende er dan ook da e ij zijn volle gezag uit, de bijeenroeping der Holsteinsche stenden te Itze 10e

Sluiten