Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen het ongeraden om de Pruisische troepen in het koninkrijk zelf af te wachten. De koning verliet met zijne gemalin, den kroonprins en de kroonprinses ijlings Dresden, na de aanwezige gelden van de schatkist en de kostbaarste voorwerpen uit het bekende Grüne Gewölbe in een bijzonderen trein naar Miinchen te hebben gezonden, en begaf zich naar Oostenrijk. De minister von Beust volgde hem. Eenige dagen na zijn vertrek werd zijn hoofdstad door de Pruisen bezet, die eerlang ook zijn geheele koninkrijk in bezit namen.

In Cassel namen de zaken ongeveer denzelfden loop. Keur-Hessen behoorde, zoo als men weet, tot de slechtst geregeerde staten van Duitschland. Niet alleen als regent, maar ook als mensch had de keurvorst de achting en toegenegenheid zijner onderdanen sinds lang verloren. De door hem bijeen geroepen landdag, die op denzelfden dag waarop het Pruisische ultimatum te Cassel overhandigd werd, over de buitengewone oorlogsbegrooting voor de mobilisatie moest beslissen, verwierp het regeeringsvoorstel met 35 tegen 14 stemmen. Terzelfder tijd ontving de keurvorst persoonlijk den Pruisischen gezant, die hem als mogelijk voordeel, zoo hij zich bij Pruisen aansloot, een gebiedsvergrooting ten koste van Hessen Darmstadt, voorspiegelde. De keurvorst wilde hiervan niets weten en verklaarde geen antwoord te zullen geven aan de Pruisische regeering. Hij zond de troepen, die nog te zijner beschikking waren, naar Hanau en wilde ook de staatskas uit Cassel doen vervoeren, wat echter door den landdag belet werd. De kroonprins, die zich te Berlijn bevond, had den vorigen dag een onderhoud met Bismarck gehad, waarbij deze hem aanraadde om oogenblikkelijk naar Cassel te gaan en daar de neutraliteit van het keurvorstendom te bewerkstelligen. Hij zou dan, zoo Pruisen zegevierde, wellicht eenige landstreken aan zijn gebied toegevoegd kunnen krijgen, terwijl in het tegenovergestelde geval hij zich bij Oostenrijk op de overmacht zou kunnen beroepen. Maar ook de kroonprins weigerde hardnekkig zich van Oostenrijk los te maken. De Pruisische troepen bezetten reeds den 19dl" Juni Cassel, de keurvorst, die op zijn slot te Wilhelmshöhe rustig den loop der gebeurtenissen had afgewacht, werd daar als staatsgevangene behandeld en eerst naar Minden, vervolgens naar Stettin gebracht, waar hem het koninklijke slot als woning werd aangewezen. Het bestuur over Keur-Hessen werd onder oppertoezicht van den generaal Beijer door een Pruisischen regeerings-commissaris aanvaard. Bijna alle ambtenaren bleven hunne

Sluiten