Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

morgen 11a den slag aanzienlijke versterking zag opdagen, geweigerd. De toestand van het Hannovraansche leger was hopeloos, alle hoofdofficieren gaven den koning te kennen, dat er mets overbleef dan zich over te geven. Hij verzocht aan den Pruisischen bevelhebber hem de voorwaarden op te geven waarop de overgave kou plaats hebben. Deze luidden dat het geheele leger de wapeneu moest nederleggen, terwijl aan den koning en zijn gevolg verlof werd gegeven om zich buiten zijn koninkrijk te vestigen. Zij werden dadelijk aangenomen. De soldaten en officieren werden ontwapend en naar huis gezonden. De koning begaf zich naar Altenburg en van daar naar Oostenrijk, waar hij zich het nabij Weeuen gelegene Hietzing tot woonplaats verkoos.

Zoo was Pruisen twee weken na de oorlogsverklaring reeds heer en meester in Noord-Duitschland. De kleinere Noord-Duitsche staten schaarden zich aan zijne zijde of hielden zich neutraal, met uitzondering van het geheel onbeteekenende Meiningen en het nog kleinere Reuss Greiz. In Berlijn, waar men tot nog toe stilzwijgend en in weinig opgewekte sternmins het uitbreken van den oorlog had gadegeslagen, vertoonden zich, toen de tijding van het te Langen-Salza gebeurde bekend werd, de eerste teekenen van geestdrift. Er werd geïllumineerd en groen gemaakt, voor het koninklijk paleis verzamelden zich jubelende scharen en zelfs Bisraarck werd luide toegejuicht. In de niet Pruisische deelen van Noord-Duitschland maakte het gebeurde een machtigen indruk Er was een gevoel van diepe verontwaardiging over de gewelddadige verbreking van alle rechtstoestanden. Het kon niet dan ergernis wekken dat dit alles bedreven werd door den koning van Pruisen, die bij zijne kroning het goddelijk recht der vorsten openlijk had verkondigd en thans alleen om zich landen toe te eigenen waarop hij niet het minste recht had, vorsten, wier recht even heilig in zijne oogen moest zijn als het zijne, met geweld van wapenen uit hunne rijken verdreef. Maar bij deze gevoelens voegde zich de verpletterende indruk van Pruisens macht. De vastberadenheid, de kalme berekening, het zelfvertrouwen dat uit de Pruisische krijgsverrichtingen zoo duidelijk bleek, en daartegenover de zwakheid, de besluiteloosheid en de onbezonnenheid der regenten van de kleine staten deden het ieder Duitscher reeds gevoelen dat Pruisens macht onwederstaanbaar was. Men zag in dat men zich aan dien ijzeren wil, die uit Berlijn alles bestuurde, had te onderwerpen, dat men

Sluiten