Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te doeu had met een meerdere in zedelijke zoowel als 111 stoffelijke kracht, tegen wien geen verzet mogelijk was. Indien zulk een macht aan het hoofd van geheel Duitschland kwam te staan, dan zoude de droom van een eenig en sterk Duitschland, dat in Europa de eerste rol kon spelen, een droom die onder allerlei vormen in e üuitsch gemoed min of meer leefde, wellicht nog eenmaal verwezenlijkt kunnen worden. Het was dit gevoel dat aanvankelijk stille berusting uitwerkte om van lieverlede, toen de tijdingen van nog veel grooter zegepralen der Pruisische wapenen zich overal verbreidden, te worden opgebeurd door het schemerend vooruitzicht van een nieuw en roemrijk

bestaan voor het gemeenschappelijk vaderland.

Want nog geen week na Langen-Salza was reeds de beslissing in DeBoheem-

den strijd tusschen Oostenrijk en Pruisen gevallen. Traagheid van tooh^ Königuitvoering was van oudsher het kenmerk geweest van het Oostenrijksch oorlogsbestuur. Terwijl de Pruisische troepen reeds volkomen strijdvaardig waren, was men in Oostenrijk nog maar half gereed,

en kon dus onmogelijk aanvallenderwijze te werk gaan. Daarenboven waren de onderhandelingen met Beieren, om het leger der Zuidelijke staten naar Boheme te zenden, oP het laatste oogenblik afgesprongen, omdat er te München de voorkeur aan werd gegeven om de troepen tot de verdediging van het eigen land te gebruiken. De bevelhebber van het Oostenrijksch Noorder-leger, de Peldzeugmeister von Benedek, was een dapper veldoverste, die zich in den oorlog van 1859 zeer onderscheiden had, maar hem ontbrak de veel omvattende blik en de onverstoorbare kalmte die in den aanvoerder van een groot leger voor de algemeene leiding van een veldtocht geëischt worden.

Hij had zijne troepen in en om de sterke vesting Olmütz in Morav.e bijeen getrokken en moest daar de Pruisische aanvalsbewegingen afwachten" Volgens Moltke's plannen zouden deze van twee zijden plaats hebben. Het westelijke legercorps, onder bevel van Prins Friedrich Carl, versterkt door de troepen die onder generaal Herwarth von Bittenfeld Saksen veroverd hadden, moest Boheme bij de stad Reicheuberg binnendringen en zich vervolgens in oostelijke richting bewegen, terwijl het oostelijke, onder bevel van den kroonprins uit Silezië, door de bergpassen van de Sudeten, in westelijke richting de Boheemsche grenzen zoude overschrijden. Nabij Gitchin, een stad in het westelijk gedeelte van Noord-Boheme, moesten de beide legers volgens het uit Berlijn ontvangen bevel zich vereenigen. Aan

Sluiten