Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stand verslagen, bij welke gelegenheid nog 18 kanonnen werden buitgemaakt, Benedek, door dit voorval tot behoedzaamheid genoopt, trok nu nog meer oostelijk. Prins Friedrich Carl stond inmiddels reeds met zijne troepen in het Marchfeld, een groote vlakte, vau waar men met den verrekijker den toren van de Stephauuskerk te Weenen kon zien. Ten einde Benedek van de hoofdstad af te snijden, besloot hij Pressburg te doen bezetten, welks bezit hem ook een veiligen overgang over de Donau zou hebben bezorgd. Te Blumenau, een paar uren vau Pressburg, wachtten de Oostenrijkers de Pruisen af, de Pruisische generaal Fransecky tastte de Oostenrijkers in het front aan, maar zond tegelijkertijd een deel zijner troepen in oostelijke richting, om het Oostenrijksche leger om te trekken en in den rug aan te vallen, iu de hoop het geheel te kunnen omsingelen. Benedek had echter ijlings eenige legerafdeelingen tot versterking gezonden die de Pruisen, toen zij hunne omsingelende beweging begonnen, onverhoeds aanvielen. Het Pruisische leger kwam hierdoor in een hachelijkeu toestand, maar de spanning waarin zijne bevelhebbers verkeerden duurde niet lang. Tegen den middag toch kwam iu beide legers het bericht dat een wapenstilstand was gesloten. De strijd werd dadelijk gestaakt zouder dat er nog een beslissing was gevallen. Het laatste kanonschot in den DuitschOostenrijkschen oorlog werd gelost op 22 Juli.

De vredes- De besprekingen in het Pruisische hoofdkwartier die aan den wapenPvan stilstand vooraf waren gegaan, hadden stormachtige tooneelen in het leven

burg. geroepen. Van het oogenblik af waarop het sluiten van den vrede met Oostenrijk een onderwerp van overweging was gaan uitmaken, was het volkomen verschil van meening aangaande de voorwaarden tusschen den koning van Pruisen en zijnen minister van Buitenlandsche Zaken aan het licht gekomen. Over enkele hoofdpunten waren zij het natuurlijk geheel eens: dat Oostenrijk uit den Duitschen Bond moest treden en de Elbe-hertogdommen bij Pruisen worden ingelijfd, stond bij beide vast. Over de verdere regelingen in Duitschland te treffen, bestond echter een uiteeuloopend inzicht.

De koning, die zich thans heer en meester over de Duitsche toestanden voelde, liet zich door eerbied en liefde voor de geschiedkundige overleveringen van zijn land en zijn stamhuis geheel beheerschen. Hij wilde weder ouder zijnen scepter vereenigen, alles wat in vroeger of later tijd aan Pruisen of aan de Hohenzollerns had toebehoord.

Sluiten