Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangaande de hoofdpunten. Wat Duitschland betrof was er vau de zijde van Oostenrijk slechts één eisch waarvan het niet wilde afgaan, het ongeschonden behoud van het koninkrijk Saksen; het ridderlijk gemoed van Frans Joseph kon niet dulden dat zijn vriend, de koning van Saksen, die zich van den aanvang van den oorlog aan alle opofferingen had getroost om hem ter zijde te staan, voor deze trouw met geheel of gedeeltelijk verlies zijner staten zou gestraft worden. Slechts noode gaf Pruisen op dit punt toe; de koning moest voor den aandrang van Bismarck bukken, deze gaf echter dadelijk te kennen dat Saksen deel moest uitmaken van den Noord-Duitschen Bond en dat alle toegeeflijkheid op dit punt was uitgesloten, zoozeer zelfs, dat het al of niet tot stand komen van den vrede er van afhing. Wat de verdere veranderingen in Noord-Duitschland aanging, dat tot aan den Main onder Pruisens leiding tot een boud zoude worden vereenigd, was Oostenrijk, nu het zelf uit den Duitschen Bond trad, vrij wel onverschillig. In de vergrooting van Pruisens grondgebied berustte het, terwijl Frankrijk er zich evenzeer bij nederlegde in de hoop van als vergoeding voor deze vergrooting van of door Pruisen nog eenig grondgebied te zullen verkrijgen. Vier tot nog toe onafhankelijke staten werden derhalve bij Pruisen ingelijfd: het koninkrijk Hannover en het keurvorstendom Hessen, die door hunne aardrijkskundige ligging tusschen de beide deelen der Pruisische monarchie een zeer begeerlijk bezit waren; het hertogdom Nassau, eveneens wegens zijn tot vlak bij de Pruisische vesting Ehrenbreitstein zich uitbreidend grondgebied voor Pruisen een belangrijke aanwinst, dat geregeerd werd door een vorst die zich nooit een vriend van Pruisen had getoond; eindelijk de vrije stad Frankfort. Deze stad, de zetel der bondsvergadering, was altijd zeer Oostenrijksch gezind geweest. De patricische regenten hadden een sterken afkeer van Pruisen, dien zij nimmer verbloemd hadden. Bismarck. die als bondsgezant vele jaren in Frankfort had doorgebracht en de bevolking goed kende, had zicli reeds beijverd om aan de stad zijnen wrok te koelen door haar na de inbezitneming dooide Pruisen een oorlogsschatting op te leggen tot het ongehoorde bedrag van 25 millioen guldens. Maar de verontwaardigde Frankforters moesten nog dieper vernederd worden; de vrije stad die in vorige eeuwen de kroningstad der Duitsche keizers was geweest en er altijd roem op had gedragen dat zij als het ware de staatkundige hoofdstad van den Duitschen Bond was, moest verlaagd worden tot een eenvoudige Pruisische provinciestad.

Sluiten