Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dus ook dat der Duitsche eenheid, meer en meer bleek te zijn, wat hij zelf altijd verkondigd had, het beginsel van de toekomst. Moest hij nu tegen dit beginsel het zwaard opvatten ter wille van de geringe, zoo niet twijfelachtige aanwinst van een paar millioen ontevreden onderdanen? Hij kon er niet toe besluiten, temeer daar Frankrijks begeerte naar een schadeloosstelling voor de Pruisische overwinningen toch binnen niet al te langen tijd zou bevredigd worden. Want dat Luxemburg hem van zelf in den schoot zou vallen, daaraan twijfelde de keizer met zijne gewone luchthartigheid geen oogenblik. Benedetti werd dus naar Berlijn teruggezonden met de wel wat zonderlinge boodschap dat de keizer zijn gedane voorstel introk en als nimmer gedaan wilde beschouwd hebben. Als inkleeding voor deze mededeeling werd opgegeven de ziekte van den keizer; men had hem overrompeld, hij had geen bepaalden eisch willen stellen, in elk geval had hij nooit gewild dat eenige openbaarheid aan de zaak zoude worden gegeven. Drouin de Lhuys, die veel meer heette te hebben gedaan dan de keizer bedoeld had, trad dan ook onmiddellijk als minister van buitenlandsche zaken af. Hiermede was het gevaar voor een oorlog met Frankrijk verdwenen; Bismarck, die Napoleon zoo lang mogelijk tot goeden vriend wilde houden, trachtte intusschen bij elke voorkomende gelegenheid den Franschen gezant, die bij voortduring het beginsel van een gebiedsvergrooting voor Frankrijk bleef bepleiten, in een goede stemming te houden door hem te verzekeren, dat hij zijn verlangen niet voor onrechtmatig hield, maar dat het hem voor het oogenblik geheel onmogelijk was om het door den afstand van Duitsch grondgebied te bevredigen. Er werden dan gewoonlijk allerlei denkbeelden geopperd, waardoor Frankrijk zou kunnen worden tevreden gesteld, zonder dat het Duitsche volk daaraan aanstoot kon nemen. De inlijving van België werd voornamelijk besproken en bij een dergelijke bespreking wist Bismarck een door Benedetti eigenhandig geschreven stuk in handen te krijgen, waarbij deze zaak in den vorm van een ontwerp-overeenkomst werd behandeld. Dit voor de Pruisische regeering onschatbare stuk werd in het Berlijnsch archief zorgvuldig bewaard, om door Bismarck openbaar te worden gemaakt, toen het hem, bij het uitbreken van den oorlog met Frankrijk in 1870, er om te doen was om de openbare meening in Europa, en vooral in Engeland, ongunstig

tegenover Frankrijk te stemmen.

Met Rusland was de diplomatieke strijd minder zwaar en minder

Sluiten