Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Parijsche vredestractaat van 1856 over de scheepvaart in de Zwarte Zee. De onderhandeling eindigde met een eigenhandige briefwisseling tusschen den keizer van Rusland en den koning van Pruisen, waarbij de eerste den laatste op het hart drukte om tocli zooveel mogelijk aan de behoudende staatkunde trouw te blijven, tnaar tevens de verzekering gaf dat, indien de koning voor ditmaal zijnen raad niet kon volgen, het voor hem geen reden zou zijn om zich onder de tegenstanders van Pruisen te scharen. De koning van Pruisen antwoordde met warme dankbetuiging en verdedigde zijne annexaties met de merkwaardige bewering dat, evenals een arme adel het aristocratische beginsel in minachting brengt, zoo ook de kleine vorsten van Duitschland het monarchale beginsel het meest hadden geschaad. Hij beloofde verder de revolutie te blijven bestrijden en voor de belangen van Rusland bij voorkomende gelegenheden steeds als trouw bondgenoot tc zullen strijden.

Zoo was Bismarck met de Europeesche groote mogendheden tot een bevredigende overeenstemming gekomen, want Engeland, dat zelfs voor het erfland van zijn stamhuis, Hannover, geen hand had uitgestoken, liet zich geheel onbetuigd. Een gewichtig deel van zijne taak, de onderhandeling met de Zuid-Duitsche staten, had hij inmiddels met goeden uitslag kunnen volbrengen. Zooals wij zagen was het zijn wensch geweest die onderhandelingen te Berlijn te voeren, waarheen dan ook in de eerste dagen van Augustus de ministers der verschillende staten met looden schoenen waren vertrokken. Onder deze was Baden het minst ongunstig gestemd, het had zich zelfs onthouden van een stap dien de andere staten te Parijs hadden gedaan om Napoleons steun bij hunne onderhandelingen met Pruisen te erlangen. De groothertog van Baden stond niet alleen als schoonzoon van den koning van Pruisen, maar ook als bekend voorstander van de Duitsche eenheid te Herlijn goed aangeschreven. Men wist daar, dat hij alleen door den drang der omstandigheden tot deelneming aan den oorlog tegen Pruisen was medegesleept. Beieren, het machtigste ouder de Zuid-Duitsche staten, werd door een jongen koning geregeerd, die de in zijn geslacht veel voorkomende eigenschap bezat van zich meer door zijne verbeelding dan door zijn verstand te laten leiden, en die, zooals bekend is, later door verstandsverbijstering werd getroffen en zijn leven op uiterst droevige wijze door zelfmoord eindigde. Zijn minister, v. d. Pfordten, was een niet onbekwaam man, meer rechtsgeleerde dan staatsman,

Sluiten