Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een binnenlandsche aangelegenheid. Ook daar openbaarde zich bij sommigen wel eenig leedvermaak over de ongelegenheid, waarin zich de nog geen eeuw geleden afgevallen kolonisten bevonden, die altijd met zekere hooghartigheid op het oude moederland nederzagen. Bij het partij kiezen tusschen het Noorden en het Zuiden openbaarde zich de strijd tusschen een beginsel en een belang. Lord Palmerston zeide, kort na het uitbreken van den oorlog, in zijne ruwe openhartigheid tot een Amerikaan: „Wij houden niet van slavernij, maar wij kunnen niet zonder katoen." Inderdaad ieder Engelschraan voelde een natuurlijken afkeer tegen slavenhouders, maar de Engelsche nijverheid leefde voor een groot deel van katoen en deze werd haar bijna uitsluitend geleverd door de Zuidelijke slavenstaten. Overigens was de oude wrevel tegen de Amerikanen, uit de dagen van den bevrijdingsoorlog, die door den oorlog van 1812 wel eenigszins was herleefd, in Engeland vrij wel verdwenen. In 1860 had de Prins van Wales de Tereenigde Staten bezocht en was er met groote hartelijkheid ontvangen: de eenige ernstige grief in Engeland was het hooge tarief van de Vereenigde Staten, maar men wist zeer goed dat men dit aan de Noordelijke Staten te danken had, omdat in het Zuiden het Engelsche vrijhandelsbegrip vrij algemeen werd gehuldigd. De Zuidelijken, die zich voorstelden dat de overwegingen van stoffelijken aard, die bij de Engelsche natie golden, ook bij de regeering den meesten invloed zouden hebben, hadden reeds1 in Maart drie afgevaardigden naar Londen gezonden om de erkenning als onafhankelijke staat te vragen en daarna over een te sluiten handelsverdrag te onderhandelen, maar de Engelsche Minister van Buitenlandsche Zaken, Lord Russell, had tegenover deze zending een zeer terughoudende stelling aangenomen en de heeren alleen officieus ontvangen. Deze niet ambtelijke ontvangst had echter in het Noorden reeds achterdocht en verbittering opgewekt. De leiding der buitenlandsche aangelegenheden was daar in handen van den Secretaris van Staat, Seward, een echte Amerikaan van het onvervalschte Yankee-type. Hij had een onbegrensd vertrouwen in de macht van zijn land en een groote minachting voor de monarchale staten van de oude wereld. Voor een oorlog met Engeland en andere Europeesche staten voelde hij niet alleen geen schroom, maar hij was zelfs niet vreemd van het denkbeeld, dat een dergelijke oorlog het nationaal gevoel in geheel Noord-Amerika zoo sterk zou aanvuren, dat de binnenlandsche verdeeldheid er door zou

Sluiten