Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden gesust. Hij had echter Lincoln boven zich, die van diplomatie niets en van buitenlandsche staatkunde weinig wist, maar die met zijn nuchter, gezond verstand den algemeenen toestand van zijn land volkomen goed doorzag en dadelijk begreep, dat het behoud van den vrede met Europa in de gegeven omstandigheden een dringende eisch was.

De Engelsche regeering vaardigde in Mei een proclamatie uit, waarbij zij verklaarde, in den strijd „tusschen de Vereenigde Staten en cenige Staten, die zich geconfedereerde Staten noemden, een strenge onzijdigheid te zullen bewaren1'; verschillende Europeesche staten volgden het voorbeeld van Engeland en gaven verklaringen in denzelfden geest. In het Noorden gevoelde inen zich hierover zeer teleurgesteld, ja zelfs verontwaardigd^ De geconfedereerden waren nu als oorlogvoerenden erkend en men duchtte, dat dit de eerste stap zou zijn tot hunne erkenning als onafhankelijke staat. Eerst langzamerhand begon men te begrijpen, dat er tusschen beide erkenningen een zeer groot verschil was, en dat de eerste erkenning moeilijk kon achterwege blijven, na de door het Noorden uitgevaardigde blokkade der Zuidelijke havens, waardoor deze als vijandelijke havens werden aangewezen, en derhalve het bestaan van een oorlogstoestand werd erkend. Wat het meest griefde was, dat de kapers, door de Zuidelijken uit te rusten, thans door de Europeesche mogendheden niet als zeeroovers werden aangemerkt, doch de hierover ontstane verbittering werd gedeeltelijk weggenomen door een verklaring der Engelsche regeering in Juni, dat geen oorlogschepen of kapers der strijdvoerende partijen, met door hen opgebrachte prijzen, in een haven van Engeland of van de Engelsche kolomen

zouden worden toegelaten.

Napoleon III, altijd begeerig om in de staatkundige verwikkelingen

der geheele wereld de hand te steken, had zichzelf reeds de rol toegewezen van bemiddelaar in den strijd die de nieuwe wereld verdeelde. Zijne verhouding tot Engeland, die destijds zeer vriendschappelijk was, maakte het echter noodig, om in een zaak die Engeland zoozeer van nabij raakte, met deze mogendheid een gemeenschappelijke gedragslijn te volgen. De Engelsche staatslieden, en voornamelijk Palmerston, doorzagen zeer goed, dat de reeds sterk geprikkelde regeering te Washington elke bemiddeling, als een inmenging in hare bijzondere aangelegenheden, met hooghartigheid zoude afwijzen. Zij waren echter niet ongenegen tot een gezamenlijk optreden, wanneer dit gewenscht bleek in het algemeen belang der onzijdigen ; maar van een dergelijke

Sluiten