Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegepast. Hetzelfde had later ten opzichte van Arkansas plaats; maar toen de vertegenwoordigers van deze staten zich te Washington bij Senaat en Lagerhuis aanmeldden, werd hun de toelating geweigerd. Het Congres maakte vervolgens een wet, waarbij regels werden gesteld voor de afgevallen staten, volgens welke zij in de Unie zouden kunnen terugkeeren na door den President, met voorafgaande toestemming van het Congres, te zijn toegelaten. Deze wet kwam in Juli 1864 tot stand, maar Lincoln legde haar naast zich neder, zonder haar te onderteekenen. Bij zijnen dood, toen het nemen eener beslissing noodzakelijk begon te worden, stond zijn opvolger dus dadelijk voor de vraag of hij al dan niet aan het Congres zoude toegeven. Johnson, die zich in deze zaak vooral door Seward liet leiden, kwam langzamerhand geheel in de voetstappen van Lincoln. Hij begon. Mei 1865, met het afkondigen eener amnestie, waarin allen waren begrepen die den eed van trouw aan alle wetten en aan de gedurende den oorlog uitgevaardigde bevelen aaugaande de vrijmaking der slaven wilden afleggen. Op dezen algemeenen regel werden echter talrijke uitzonderingen vastgesteld voor verschillende klassen van personen; zoo werden, onder meer, allen uitgesloten wier bezittingen op een bedrag van meer dan '20,000 dollars werden geschat. Alle uitgeslotenen konden echter door den President, bij afzonderlijke beschikking op een tot hem gericht verzoekschrift, in de amnestie worden begrepen. Na de afkondiging dezer amnestie werden in de verschillende afgevallen staten gouverneurs benoemd, die de opdracht kregen om vertegenwoordigende vergaderingen te doen kiezen door en uit personen die den eed, voor de amnestie gevorderd, hadden afgelegd. De regeling van het kiesrecht werd aan de Staten overgelaten, zoodat deze zouden hebben te beslissen omtrent de staatsrechtelijke bevoegdheden der vrijgemaakte slaven.

Toen de zittingen van het Congres in December 1865 werden geopend, waren bijna alle afvallige staten met de voorloopige regeling van hun bestuur gereed, en iedereen, niet het minst de President, wachtte nu in spanning af welke houding de Senaat en het Lagerhuis tegenover de afvallige staten zouden aannemen. Het bleek spoedig dat er in de volksvertegenwoordiging een krachtige strooming was, die de afgevallen staten niet in de Unie wilden zien opgenomen, voor dat er voldoende waarborgen bestonden dat de vrijgemaakte slaven inderdaad als vrije burgers zouden worden behaudeld. Men vreesde dat de blanke bevolking in de voormalige slavenstaten, zoo zij alleen het heft in

Sluiten