Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de weigering om de afgevaardigden van zijnen eigen staat, Tenessee, toe te laten. Toen dan ook door het Congres een wet was aangenomen, waarbij zeer ingrijpende bepalingen werden vastgesteld in het belang van de vrijgemaakte slaven, maakte hij van zijn grondwettelijk recht van veto gebruik door de wet niet te bekrachtigen. De Senaat en het Lagerhuis konden evenwel, volgens de bepalingen der grondwet, het veto krachteloos maken door een nieuwe stemming, indien daarbij in beide lichamen twee derden der leden zich voor de wet verklaarden. Wat het Lagerhuis betrof was hieraan geen twijfel, en daar de wet bij eerste stemming in den Senaat met 37 tegen 10 stemmen was aangenomen, vleiden hare voorstanders zich met het vooruitzicht, dat zij daar bij de tweede stemming een even groote meerderheid zoude verwerven. Het bleek echter bij deze tweede stemming dat sommige senatoren van meening veranderd waren, de meerderheid bleef beneden twee derden en de President behield de overhand. Van dit oogenblik aan begon de strijd tusschen den President en de vertegenwoordiging, die welhaast tot de heftigste tot nog toe in de geschiedenis der Vereenigde Staten voorgekomen botsing tusschen beide dreef. Johnson, een man zonder beschaving, aan wien het besef van waardigheid vreemd was, liet zich, eenige dagen nadat de tweede stemming had plaats gehad, op een zeer onbehoorlijke wijze uit tegenover een volksmenigte die een betooging te zijner eere in Washington op touw had gezet. Van de stoep zijner woning, het Witte huis, hield hij een rede tot het volk, waarin hij onder anderen de hoofden van den tegenstand in het Congres, bij name. als verraders brandmerkte en zinspeelde op pogingen zijner tegenstanders om hem het lot van Lincoln te doen deelen. De mogelijkheid van verzoening was hierdoor voor goed afgesneden, wederzijds maakte men zich gereed voor een strijd op leven of dood. Een tweede wet, waarbij aan de vrijgemaakte slaven het volle burgerrecht werd gegeven, met uitzondering van het kiesrecht, werd wederom door het veto van den President krachteloos gemaakt. Ditmaal gelukte het evenwel, door allerlei listige kunstgrepen, in den Senaat een meerderheid van twee derden bijeen te krijgen, en daar de meerderheid in het Lagerhuis meer dan voldoende was, werd deze wet tegen den wil van den President bekrachtigd. Na lange beraadslagingen in Senaat en Lagerhuis werd hierop een voorstel tot grondwetsherziening aangenomen, waarbij drie zeer gewichtige beginselen werden vastgesteld. Eerstens zoude, als grondslag voor de bepaling van het aantal afgevaardigden, waarop elke staat in de

Sluiten