Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Departement, Stanton wilde niet voor hem wijken en bleef zich als minister tegen elke poging tot verwijdering met hand en tand verzetten. In den ministerraad verscheen hij echter niet, daar nam Thomas zijne plaats in.

In het Congres ging een algemeen gejuich op, zoodra deze tooneelen zich hadden afgespeeld. Nu meenden de tegenstanders van den President zeker van hunne zaak te zijn. In het Lagerhuis werd de schuld van den President thans met groote meerderheid aangenomen. De hoofdbeschuldiging was dat de President de uitvoering van een wet — die betreffende de benoemingen — had belet door de benoeming van een minister van oorlog zonder goedkeuring van den Senaat. Den 5den Maart 1868 begon de terechtstelling voor den Senaat, den 26den Mei viel de eindbeslissing, nadat alle voor het rechtsgeding voorgeschreven vormen zorgvuldig in acht waren genomen en de verdedigers van den President ruimschoots in de gelegenheid waren gesteld zich van hunne taak volledig te kwijten. Tot op het laatste oogenblik heerschte er onzekerheid omtrent den uitslag, zoodat de gemoederen te Washington in groote spanning verkeerden. Bij de eerste stemming over een der artikelen van de akte van beschuldiging, verklaarden vijf en dertig senatoren den President schuldig, terwijl negentien hem onschuldig verklaarden. Daar aan de meerderheid van twee derden der stemmen er één stem ontbrak, was de President op dit punt vrijgesproken. Eenige dagen later volgde de stemming over de andere artikelen, zij had denzelfden uitslag. Johnson bleef dus gehandhaafd in zijne hooge waardigheid. Stanton trok zich als minister van oorlog terug. De republikeinsche partij moest nu wachten totdat de termijn waarop de President moest aftreden was afgeloopen. In dien tusschentijd ging zij echter voort met hem in alles te dwarsboomen.

Binnenland- In de Zuidelijke staten had men, gedurende den verwoeden strijd te sche toestan- Washington tusschen den President en het Congres, geleefd onder den druk van het militair bewind, dat door de, tegen den zin van den President tot stand gekomen Reconstruction-act aldaar was ingesteld. De toestand in deze staten was bedroevend. Overal waar het leger der Unie was geweest, had het met ruwe hand huisgehouden, woningen waren verbrand, plantages verwoest, spoorweglijnen opgebroken, het spoorwegmaterieel was weggevoerd of onbruikbaar gemaakt. De rijke eigenaars der groote grondbezittingen waren geheel verarmd, door het

Sluiten