Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natie te hebben overgebracht, te Miramar aan, waar zij door den aartshertog als gewone bezoekers, zonder eeuige praal, werd ontvangen. Na een lange rede van haren woordvoerder, Guttierez. antwoordde de aartshertog, dat, indien hein waarborgen voor de toekomst werden gegeven en indien de Mtxicaansche natie in haar geheel toonde, de door de notabelen gedane keus goed te keuren, hij bereid was de hem aangeboden kroon te aanvaarden.

Aan de Fransche troepen werd nu de taak opgelegd om deze goedkeuring te verkrijgen. Forey, en tegelijk met hem Saligny, werden teruggeroepen; de laatste viel in ongenade en werd uit den diplomatieken dienst ontslagen, wat eenige voldoening moest geven aan de regeeringen te Londen en te Madrid, die zich, zooals wij zagen, ernstig over hem te beklagen hadden gehad; ook over den eersten was de Keizer niet tevreden, hij liet hem dit echter niet openlijk blijken en schonk hem zelfs den maarschalkstaf. Met het opperbevel in Mexico werd nu de generaal Bazaine bekleed, in wiens beleid Napoleon lil onbeperkt vertrouwen stelde. Reeds dadelijk zag zich de nieuwe bevelhebber voor groote moeielijkheden geplaatst, die duidelijk aantoonden, hoe zwaar de taak zoude wezen die den aanstaanden vorst wachtte. Juarez, die de liberale partij in Mexico op zijne hand had, had zich tot doel gesteld de macht van de geestelijkheid en hare aanhangers te breken. Hij had het burgerlijk huwelijk ingevoerd, alle bemoeiingen van de geestelijkheid met den burgerlijken stand afgeschaft en, wat haar het meest verbitterde, ook alle kerkelijke goederen geseculariseerd. De geestelijkheid die hierdoor veel van haar aanzien en haren rijkdom bijna geheel had zien te loor gaan, was aanvankelijk met de instelling der monarchale regeering zeer ingenomen, omdat zij verwachtte, dat een keizer uit het streng Katholieke Habsburgsche vorstenhuis haar alles zoude teruggeven wat zij had moeten missen. Zij was dus zeer teleurgesteld toen het nieuwe bewind, volgens de begeerte van Forey, besloot, de kerkelijke wetgeving voorloopig te laten zooals zij was en het aan den Keizer over te laten om, zoo hij dit verlangde, een nieuwe regeling te maken. Nog meer ergerde het haar, dat de Frausche bevelhebber zijne troepen in leegstaande kloosters en kerken onderbracht en zoodoende de inbezitneming door den staat van de kerkelijke goederen bekrachtigde. Toen de aartsbisschop van Mexico, Labastida, die, zooals wij hierboven verhaalden, wegens afwezigheid zijne plaats in het driemanschap dat de uitvoerende macht uitoefende,

Sluiten