Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schieten. Er moest derhalve tot gedwongen leeningen worden overgegaan, een middel in Mexico niet onbekend en vroeger door de verschillende regeeringen geregeld in practijk gebracht, maar dat Maximiliaan zeer tegen de borst stuitte. Hij begreep dat deze toestand niet kon voortduren: een beleg van de hoofdstad zoude een ramp worden van onafzienbare gevolgen en daarenboven een groot gevaar voor de regeering, die door de bevolking aansprakelijk zoude worden gesteld voor de ellende die te wachten was. Verdediging met hoop op ontzet was toch onmogelijk. De ministers sloegen Maxitniliaan voor, om zich zelf aan het hoofd van het leger te stellen en daarmede naar het hem zeer verknochte Queretaro te trekken. Blijkbaar wilden zij liever dat daar de onvermijdelijke eindbeslissing viel, dan in de hoofdstad.

Wat Maximiliaan tot dezen tocht naar Queretaro deed besluiten is niet met zekerheid te zeggen. Vermoedelijk greep hij het voorstel aan, allereerst om zijne hoofdstad te kunnen verlaten, waar hij niet zeker was van de bevolking, en voorts schijnt hij de onbestemde hoop te hebbeu gehad om te Queretaro, aan het hoofd van zijn leger, alleen, zonder ministers en andere raadslieden, de gelegenheid te kunnen vinden om met Juarez eeu eervol verdrag aan te gaan. Mislukte dit, dan wilde hij het liefst met den degen in de hand aan het hoofd van zijne troepen den heldendood sterven. Gedurende het beleg van Queretaro toonde hij dan ook de grootste doodsverachting en gaf hij bij sommige gelegenheden niet onduidelijk te kennen het te betreuren dat de vijandelijke kogels hem spaarden. Europeanen had hij te Queretaro niet bij zich dan alleen zijn üuitschen lijfarts en een oud officier van het Oostenrijksche leger, Vorst Salm, een lichtzinnig man, die een zeer bewogen leven achter zich had. De geheele omgeving bestond verder uit Mexicanen; ook de geheele legermacht, want de Europeesche soldaten waren in Mexico achtergelaten, vermoedelijk om de daar aanwezige troepen en zoo noodig ook de burgerij te kunnen in bedwang houden. De drie voornaamste Mexicaansche generaals, Miramon, Mejia en Marquez, bevonden zich bij den keizer; van deze drie was echter Mejia de eenige op wien hij onbepaald kon vertrouwen.

Maximiliaan ontwikkelde te Queretaro alle zijne goede hoedanigheden: persoonlijke moed, toewijding aan zijne zaak en hare verdedigers, onvermoeide werkzaamheid. Hij was voortdurend bij zijne troepen, ging hen voor in den strijd, deelde hunue ontberingen, zorgde persoonlijk voor de verpleging van zieken en gewonden. Queretaro was

Sluiten