Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keld dat, zonder een geweerschot, de belangrijkste gebouwen der stad, ook dat waarin de keizer zijn verblijf hield, in handen van den vijand vielen. Maximiliaan kou nog ontvluchten buiten de stad, doch werd door zijne troepen en de ineesteu zijner officieren verlaten. Met de kleine schaar der hem trouw geblevenen was het echter onmogelijk zich door de vijandelijke beuden heen te slaan. Hij gaf zich derhalve over onder de voorwaarden, dat aan zijne persoonlijke dienaren geeu leed zoude worden gedaan, dat zijne soldaten zouden behandeld worden met die verschooning waarop hunne dapperheid hun recht sraf en dat, zoo er een offer moest vallen, men hem zoude kiezen. doch zijne aanhangers zoude sparen. Toen hij hierop naar den bevelhebber der belegeringstroepeu, Escobedo, werd geleid, verklaarde deze dat hij over de gestelde voorwaarden niet kou beslissen, doch het welmeenen van zijne regeering, die thans in San Luis gevestigd was, moest inwinnen.

Tegelijk met den keizer werden vijftien generaals en nog driehonderd vijf-en-zeventig officieren gevangen genomen. Alles wat zij bezaten werd hun ontroofd. Juarez die, nadat hij het gebeurde vernomen had, zich wel eenigszins schaamde over de wijze waarop hij in het bezit der stad was gekomen, liet aan de regeering te Washington weten, dat hij haar met geweld van wapenen had veroverd.

Maximiliaan werd, een week na zijne gevangeuneming, naar een Capucijner klooster te Queretaro gebracht, waar hem de eerste dagen een kelderkamer, doch later eeu behoorlijk vertrek tot verblijfplaats werd aangewezen. Volgens de bestaande wet had Escobedo hem zonder eenigen vorm van proces kunnen laten doodschieten, doch hij wenschte aan de regeering te San Luis de beslissing over te laten en deze gaf bevel, dat de keizer met de generaals Miramon en Mejia voor een krijgsraad zoude worden terechtgesteld. Aan den fiscaal werd opgedragen de aanklacht tegen de beschuldigden op te stellen en hen te verhooren. Maximiliaan weigerde echter op de gedane vragen te autwoordeu en beweerde dat de daden, waarvan hij beschuldigd werd een staatkundig karakter hadden, en dus niet door deu krijgsraad konden worden onderzocht. Ook verzocht hij zich van rechtsgeleerden bijstaud tot zijne verdediging te mogen bedienen, hetgeen werd toegestaan, waarop hij door middel van den Pruisischeu gezant drie der meest bekende advokaten uit Mexico deed ontbieden. Deze kwamen met den gezant, Baron Magnus, op 4 J uni in Queretaro

Sluiten