Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

VERDERF. OPENING VAN OOST-A ZIE.

Ooat-Azië In 1858 scheen de „opening" van Oost-Azie een heel eind gevorin 1858. der(j China had zich door geweld gedwongen gezien met Engeland en Frankrijk, zoowel als met Rusland en de Vereenigde Staten, verdragen te sluiten, die het land voor den handel zoowel als voor de godsdienstprediking der christelijke volken wijd openzetten, en Japan had evenmin weerstand kunnen bieden aan den aandrang der mogendheden . die ruimer toelating voor den vreemden handel eischten, terwijl in het zuidoostelijke schiereiland van Azië, in Achter-Indië, de wijze waarop daar den katholieken zendelingen hun werk werd belet, geleid had tot een gewapend optreden van Frankrijk en Spanje, dat tot de verovering van Toerane aan de kust van Annam had geleid.

Maar in het volgend jaar bleek het, dat eigenlijk niets bereikt was. In Japan begon de beweging tegen de vreemdelingen een gevaarlijken keer te nemen; in Achter-Indië moest van voren af aan begonnen worden, in China eindelijk weigerde de regeeriug de afgedwongen traktaten te erkennen en opende daarmede een strijd, waarvan de uitslag niet twijfelachtig kon zijn. Was dat laatste alreeds net geval tengevolge der ongeschiktheid van regeering en volk om een strijd tegen de Westersche volken vol te houden, thans was de verhouding van de krachten der beide partijen ongelijker dan ooit, omdat de vreemdelingen op dat oogenblik geenszins de gevaarlijkste vijanden der regeering waren. Want nog altijd was het midden van het rijk in de macht der Taipings, wier krachten in de laatste jaren eerder toedan afgenomen waren, al konden hun leiders ook van dien tijde1 ij ken voorspoed het rechte gebruik niet maken. Het gevolg was

Sluiten