Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuw gerekend mag worden en welker gevolgen eerst het thans levend geslacht recht heeft leeren beseffen.

Sedert in het jaar 1858 de regeering van den sjogoen gedwongen Beider Ja was geweest de in 1854 en volgende jaren met enkele staten gesloten wenteiing. verdragen te herzien en nieuwe met andere te sluiten, had de bewegin" in het land, welke reeds dadelijk bij het eerste verschijnen der Amerikanen was ontstaan, een bedenkelijk karakter aangenomen.

Eigenlijk waren er twee bewegingen, een (langen tijd de eenige waarvan de buitenlanders iets bemerkten), welke de uitdrijving beoogde der vreemdelingen, die den grond van het „heilige Nippon" bevlekten en een welke veel verder ging en op een algemeene omwenteling gericht was', maar zich achter de andere als het ware verschool en zich van haar als een werktuig tegen de regeering bediende. Die laatste beweging ging uit van enkele jongere leden van den ouden, door de sjogoens van alle macht en bijna alle bezit beroofden hofadel (de koedsje's) die den mikado in zijn afzondering te Kioto omgaf, en tevens van een aantal, ook meestal jonge, samoeraï's, die in hun han»

grooten invloed hadden weten te verwerven. Om dit duidelijk te maken

veroorlove mcii niij een korte uitweiding.

De han was de gemeenschap der aan eenzelfden daimio erfelijk verbonden samoeraï's, waarom de buitenlanders het woord dan ook met het. een gelijksoortig begrip aanduidende, Schotsche woord clan vertaalden. Evenwel was er tusschen beide een groot verschil, daar de leden van een clan allen bloedverwanten ook van het clanhoofd zijn,

terwijl de tot één han behoorende samoeraï's afstammelingen zijn der volgelingen van den aanvoerder, die het eerst in het bezit kwam van liet gebied waarover zijn nazaten als daimio gezag hadden. Vandaar dat ook dit gebied wel met het woord han aangeduid werd. Evenals in den staat was het ook in de hans gegaan. De daimio's hadden meestal, evenals de sjogoens, het bestuur overgelaten aan erfelijke raadslieden maar ook deze laatsten plachten het bijna altijd over te laten aan samoeraï's van lageren rang, die onder hun verantwoordelijkheid handelden. Het was onder deze laatste klasse dat de beweging voornamelijk begonnen was, al hadden ook sinds lang enkele leden van vorstelijke familiën zich daarbij min of meer aangesloten. Vooral was dit het geval in de hans van het Zuiden, die de heerschappij der

Sluiten