Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heven rechten in de kas van den sjogoen of althans van zijn ambtenaren vloeiden. In hoeverre nu al deze dingen er toe bijdroegen, de beweging een voor den bestaanden regeeringsvorm gevaarlijk karakter te verleenen, is moeilijk te zeggen. Voor den westerling is het uitermate moeilijk de drijfveeren na te gaan, die een zoo geheel anders denkend en voelend volk, als dat der Japanners, in beweging brengt.

In het begin begrepen de Europeanen en Amerikanen, die in Japan waren, niets van den aard der beweging; zij bemerkten alleen den blinden haat der samoeraï's tegen den vreemdeling. Zij konden er te minder het karakter van begrijpen, omdat zij eerst na eenigen tijd de onjuistheid ontdekten der van ouds gangbare, door de Portugeezen en Nederlanders verbreide voorstelling, volgens welke de sjogoen (of taikoen,

een meer vorstelijk gezag uitdrukkende titel die tegenover buitenlanders gebruikt werd) het wereldlijk gezag in handen had, terwijl den mikado slechts geestelijke functiën toekwamen, als ware deze de paus,

de sjogoen daarentegen de keizer van Japan. Over het algemeen stelden zij weinig belang in deze dingen, zij waren uitsluitend om den handel in het land gekomen. Voor de eigenaardigheden der Japanners hadden zij geen oog, velen gedroegen zich zelfs tegenover dezen, als hadden zij te doen met de bevolking der Chineesche havensteden, en zagen er tegelijk niet tegen op in hun handelszaken de grofste bedriegerijen te plegen, wat hun door de Japanners weldra met gelijke munt betaald werd. Op den duur gaf dit tot tallooze moeilijkheden aanleiding.

Maar dit was nog lang niet het ergste. Van den beginne af aan verstonden Japanners en buitenlanders elkander slecht. Zelfs de meer beschaafden onder de laatsten begrepen niet hoe groot de nationale trots was, welke de Japanners onder hun vormelijke beleefdheid en vriendelijke opgeruimdheid verborgen. Zij veroorloofden zich allerlei inbreuken op vormen, welke zij niet begrepen en maakten zich daardoor tallooze malen schuldig aan beleedigingen, die, hoezeer niet bedoeld, aan de samoeraï's tot bloedige wraakneming aanleiding konden geven, en hen verbitterden niet alleen tegen de vreemdelingen, maar ook tegen de regeering, die dezen niet uit het land durfde drijven. Vele samoeraï's,

die dit niet langer konden aanzien, verlieten alleen daarom den dienst hunner heeren en werden ronin's, om te vrijer hun plannen uit te voeren-

Zooals ik vroeger al gezegd heb, had li Nahosoeké (die gewoonlijk li Kanimon wordt genoemd), de tairo (eerste minister of regent) van dorsenden»-

° geering van

den sjogoen.

Sluiten