Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevallen, die niet dan na veel bloedstorting werden afgeslagen. Tegelijkertijd waren aanvallen op Japansche ministers en regeeringsambtenaren aan de orde van den dag, en nam het getal der ronin's vooral in de nabijheid der hoofdsteden, bedenkelijk toe. De regeering was blijkbaar zoo onmachtig dit te beletten, dat de Engelsche resident Alcock er in toestemde de door de traktaten op 1 Januari 1862 gevorderde opening voor den handel van Yedo, Osaka, Hiogo en Nügata, voorloopig uit te stellen, en ook genoegen nam met verschillende andere wijzen van voldoening voor de begane schennis van het volkenrecht, zonder op de uitlevering der aanvallers aan te dringen. Ook vertrok, met zijn medewerking, in het begin van het volgend jaar een gezantschap, uit verschillende hooge staatsdienaren bestaande, naar Europa, om de herziening der traktaten te verkrijgen.

Hoewel het nauwelijks behoeft gezegd te worden dat het beoogde doel niet bereikt werd, had toch dit eerste gezantschap groote beleekenis, daar het den Japanners eenigermate de oogen opende omtrent de Europeesche toestanden, waarvan zij tot dien tijd toe niet altijd juiste begrippen hadden. Daarentegen versterkte het optreden in naam van den „Keizer van Japan", hoewel het gezantschap slechts door den sjogoen was afgevaardigd, de Europeanen in hun verkeerde voorstelling omtrent de werkelijke inrichting der regeering in Japan, waarover in dit jaar voor het eerst juister begrippen onder de in het land wonende

vreemdelingen veld wonnen.

Terwijl het gezantschap in Europa was, had de regent van Satsoema, Simadsoe Saboero of Hisamitsoe, een beslissenden stap gedaan. De han van Satsoema, in het zuiden van Kioesioe gelegen, had beter dan een der achttien machtige zoogenaamde (van den sjogoen) onafhankelijke hans zijn zelfstandigheid behouden; zijn daïrnio's hadden zich steeds onderscheiden door hun energie, zijn samoeraï's door hun dapperheid en kloekheid van geest. Ten allen tijde was Satsoema aan het hoofd der oppositie tegen Tokoegawa geweest, niet het minst sedert het sluiten der traktaten, hoewel zoowel de regeerende daïrnio als de leiders van den han, (waaronder reeds toen Okoebo en Soigo Tokowari de aandacht trokken) ijverige voorstanders der hervorming waren. Toen de laatste daïrnio in 1859 kinderloos gestorven was, volgde hem zijn minderjarige neef op, ouder het regentschap zijns vaders, den broeder van den overledene. Hij was een krachtig man van groote eerzucht, die de erfvijandschap van Satsoema tegen Tokoegawa ïu zich

Sluiten