Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen en toen de Japansche ministers opnieuw, in plaats der beloofde betaling van den eersten termijn der schadeloosstelling, het verzoek deden tot nieuwe onderhandelingen, eischte Xeale onmiddellijke voldueniug op straffe van een bombardement der hoofdstad. Met moeite werd de onmiddellijke uitvoering hiervan (want geld bezat de Japansche regeering niet) door bemiddeling van den Franschen admiraal belet. Toen achtte de regeeringsraad het niet langer mogelijk den werkelijken toestand voor de buitenlanders te verbergen en zond de minister van Buitenlandsche Zaken den 248tel) Juni 1863 een schrijven aan de vertegenwoordigers der mogendheden, waarin hij verklaarde, dat de taikoen zijn residentie te Kijoto gevestigd had en volgens den hem door den mikado verstrekten last, bevel had gegeven alle vreemdelingen uit het land te verdrijven. Hij legde daarbij den lastbrief van den mikado over en sprak de hoop uit, dat de gezanten met hem zouden willen in onderhandeling treden over een dusdanige wijziging der traktaten, dat de aan volk en mikado meest aanstootelijke bepalingen werden verwijderd. Het spreekt van zelf dat ook deze geheele mededeeling slechts ten doel had den schijn te redden en den regeeringsraad gelegenheid te geven te verklaren, dat hij niet langer voor de veiligheid der vreemdelingen kon zorgen.

De daïmio's van het zuiden echter namen den hun verstrekten last de kusten te verdedigen wel ernstig op, en toen eerst een Amerikaausch en daarna een Fransch stoomschip de straat van Sjimonoseki tusschen Nippon en Kroesioe doorvoer, werden zij door de batterijen, op last van den vorst van Sjohioe of Nagato (ook wel Oost-Mori of Mowori genaamd) die over het zuidelijkste gedeelte van Nippon regeerde, opgericht en door diens oorlogschepen beschoten, terwijl een paar dagen later, 11 Juli, hetzelfde aan een Nederlandsch oorlogschip (de stoomkorvet Medusa onder kapitein-luitenant De Casembroot) overkwam, dat niet dan met zware beschadiging en verlies van dooden en gekwetsten de doorvaart forceerde. Hetzelfde deed eeu Amerikaansch oorlogschip een paar dagen later, dat de Japansche oorlogschepen erg beschadigde, terwijl de Fransche admiraal Jaurès den aanval op zijn landgenooten bestrafte met een bombardement en de verovering en vernieling der batterijen. Maar de houding van Sjoshioe bleef zoo uitdagend, dat voorloopig geen schip meer de Binnenzee dorst, door te varen, tot grooten overlast van den handel, niettegenstaande de clans van den anderen oever geen aaudeel aan den strijd namen, waar-

Sluiten