Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keiki zelf werd tot ballingschap in zijn voorvaderlijk kasteel Moto veroordeeld. Allen die aan den „opstand" hadden deelgenomen, werden veroordeeld tot de zwaarste straf buiteu den dood; het kasteel van Yedo met alle geschut, wapens en oorlogschepen, moest aan de regeering

in handen worden gesteld.

Keiki zelf gehoorzaamde onmiddellijk, maar zijn vasallen waren uiterst verontwaardigd en trokken in menigte naar het noorden, waar Aïdzoe en de andere daïmio's, die zich niet aan de zuidelijke clans wilden onderwerpen, tot voortzetten van den strijd zich voorbereidden.

Zelfs de burgers eu kooplieden van Yedo gevoelden den smaad vau den ondergang van hun meesters, den Tokoegawa-clau. Trouwens het had allen' schijn dat hun stad, die aan den sjogoen haar opkomst te danken had, geheel zou vervallen. Kijota eu Osaka waren nu de

middelpunten van Japan.

Met Keiki's onderwerping was de strijd beslist en het oude Japan ten ouder gegaan. Zonderling genoeg voor hem die niet achter de schermen zag, waren het de conservatieven die het hadden ten val gebracht en daarmede hun eigen graf hadden gegraveu. Want reeds was gebleken, dat het allerminst een overwinning vau Satsoema op Tokoegawa was, die behaald was, maar dat er een nieuw Japan was opgestaan, waarin noch voor Satsoema, noch voor Tokoegawa plaats was.

Terwijl Keiki, zoowel een vorst als een rebel tegen wil en dank, in strenge afzondering zich troostte met letterkunde en poëzie, keerde Siinadzoe Hianutsoe terug naar zijn eigen gebied, waar hij weldra de leider werd der oppositie tegen zijn eigen werk, althans tegen het werk daar bovenal zijn volgelingen deel aan bleven hebben. Zooals zoo dikwijls, had de revolutie overwinnaars eu overwonnenen gelijkelijk vernietigd.

Het was kenschetsend voor het beleid der leiders der omwenteling, dat D^burgerbij de reorganisatie der regeering eerst nog het oude stelsel gevolgd werd, volgens hetwelk de hooge ambten verleend werden aan aanzienlijken, prinsen, koedsjé's en daïmio's, maar inderdaad het werk gedaan zon worden door de raadslieden, de laatsten meestal jonge mannen uit de samoeraïklasse, die in den sanys waren opgenomen. Alleen enkelen behoorden tot den hofadel, zooals Sanjo, die bekend was geworden doordat hij zich openlijk bij de Tsjoejioe had aangesloten en Iwakoera.

De anderen waren uitsluitend samoeraï's, vooral uit de claus van het

Sluiten