Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zuiden, dat aan nieuw Japan steeds zijn kloekste staatslieden heeft geleverd. Van die allen stond in den beginne niemand zoozeer op den voorgrond als Okoebo, den voornaamste onder de leiders der beweging in Satsoema. Hij bestond het vroeger met den dood gestrafte waagstuk om een memorie tot den mikado in persoon te richten, waarin hij hem duidelijk maakte dat er een einde moest komen aan het oude ceremonieel, dat den vorst aan de oogen van zijn onderdanen onttrok, en dat de mikado persoonlijk aan de regeering moest deelnemen. Het pleit zeker voor degenen die toen den jongen Moetsoehito omgaven, dat daaraan gehoor gegeven werd. Een andere memorie, welke strekte om het hof de afschaffing van het oude ceremonieel tegenover de vertegenwoordigers vau het buiteuland en hun behandeling op de wijze der Europcesche mogendheden aan te bevelen, was nog door eenige der machtigste daïmio's geteekend, maar in werkelijkheid het werk van hun ondergeschikte raadgevers, die nu in de regeering den toon aangaven. Het stuk was van den laatsten Februari; den 238,en Maart daarna was Kijoto getuige valt wat nog kort geleden onmogelijk zou hebben geschenen, den optocht van buitenlandsche gezanten naar het paleis van den mikado, om daar door hem in persoon te worden ontvangen. Dat dit het fanatisme van sommige sa moer af s derwijze prikkelde, dat een gelukkig verijdelde aanval op den Engelschen minister de plechtigheid stoorde, was waarlijk niet te verwonderen. Voor zulken moet het geweest zijn als werd de geheele wereld te onderste boven gekeerd. En nauwelijks was dit geschied, of de keizer kwam in persoon naar Osaka, om daar de vloot der daïmio's te zien. Sinds eeuwen had nimmer een mikado zijn paleis, laat staan dan Kijoto verlaten, en nu bleef hij weken te Osaka en voer zelfs op het water. En weldra gebeurde nog erger. In het laatst van het jaar werd de naam vau Yedo veranderd in dien van Tokio (oostelijke hoofdstad) en te kennen gegeven dat de mikado daar evenzeer zou wonen als te Kijoto, dat als werkelijke hoofdstad gelijken rang zou hebben. Daarmede was een groote stap gedaan om de stadsbevolking, kooplieden en handwerkslieden te bevredigen, die tot nog toe zoo weinig gegolden had, want behalve de zwaarddragende adel der samoeraï's, waren alleen de landbouwers (trouwens de massa der bevolking) in eere. Het verlaten van Yedo door het hof vau den sjogoen eu de daïmio's, had de overigens zoo uitnemend gelegen stad zwaar getroffen. Thans kon zij herleven. In het nieuwe Japan moest ook handel en nijverheid een eervolle

Sluiten