Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats bekleedeu. Evenwel, zoolang het feodale stelsel bleef bestaan was het moeilijk de hervormingen uit te voeren, die de leiders der beweging van voornemen waren te beproeven. Daartoe was echter in de eerste plaats herstel van den vrede noodig. En daar scheen in den beginne geen uitzicht op. Heel anders gezind dan Keiki, dachten zijn meeste vrienden en bondgenooten en vele hoofden der Tokoegawa's er niet aan. het hoofd in den schoot te leggen. Yedo was nauwelijks in handen van den mikado of de vorst van Aidzoe, aan het hoofd van een aantal noordelijke clans, rukte tegen Yedo op.

De zeemacht van den sjogoen, ouder bevel van Yenemoto, die in 1863 naar Europa gezonden, in Nederland het zeewezen had bestudeerd, weigerde zich volgens de door Keiki aangenomen bepalingen te onderwerpen. Hij en zijn ofhcieren beschouwden zich uitsluitend als dienaren der Tokoegawa's en waren woedend toen zij vernamen, hoe het groote bezit van den clan, dat een opbrengst had van ongeveer 8 inillioen kokoe's rijst (de gewone waardebepaling der leenen), toen ongeveer gelijk gerekend aan 72 inillioen gulden, verbeurd verklaard was ten behoeve van den mikado, terwijl aan den door den mikado aan het hoofd van den clan gestelden daïmio (een 8 jarig kind) slechts 700,000 kokoe's waren overgelaten, waarmede hij onmogelijk zijn meer dan 300,000 zielen tellende volgelingen kon onderhouden, terwijl hij daarenboven beroofd was van alle voordeelen, die vroeger uit het bezit der staatsambten voortkwamen. Hoewel ook de regent van het nieuwe geslachtshoofd, en later Keiki zelf, alle leden van den han tot volstrekte onderwerping vermaanden, weigerde een groot gedeelte zich te voegen, en maakte gemeeue zaak inet de noordelijke clans, de oude vasallen van den sjogoen, de foudaï daïmio's. Met name deden dit de hoofden van het leger en de vloot. Hoewel de uitlevering der oorlogsschepen bedongen was, voerde Yenemoto de meeste uit Yedo weg naar het noorden. Daar ook enkele der hoogste boeddhistische geestelijken, die tot de familie van den mikado behoorden, zich bij de beweging aansloten, werd deze een formeele burgeroorlog, waarbij de rebellen, die zich strijders voor het recht noemden, zelfs deu eerbied voor het gezag van den mikado geheel uit het oog verloren, waarvan zij trouwens beweerden dat het door de roovers van Satsoema schandelijk misbruikt werd. De Tokoegawa's waren trouwens door de verbeurdverklaring hunner landerijen tot wanhoop gebracht, want zij waren letterlijk tot gebrek veroordeeld en later werd hun dan ook een gedeelte

Sluiten