Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overgenomen. Wanneer men den financieeleu nood bedenkt waarin velen der machtigste daïmio's verkeerden, was zoo iets voor dezen zeker een ware uitkomst, maar daar stond tegenover dat die overgave niet kon geschieden zonder dat zij tevens de macht verloren, waardoor zij tot nog toe, naast den sjogoen en in het laatst den mikado, de beheerschers van Japan waren geweest. Zij hielden dan op landsvorsten te ziju, en hoe weinig de meesten ook zelf het hun toekomend gezag hadden uitgeoefend, het recht oin te heerscheu dat hun nu zou worden afgevergd, kon hun niet onverschillig zijn. Het was daarenboven noodzakelijk dat het voorstel uit hun eigen midden gedaan werd. Want tot een dergelijken maatregel had de mikado evenmin recht als de Fransche nationale vergadering in 1789 zou hebben gehad om den afstand der heerlijke rechten te bevelen, wanneer die niet vrijwillig door de bezitters in den nacht van 4 Augustus was voorgesteld. Te minder omdat de mikado niet als die vergadering zich op het belang des volks kon beroepen. Want het volk bleef in Japan geheel buiten de staatkunde, alleen de samoeraï's namen er deel aan, zoodat dan ook de Japanners, als zij van het volk spreken, uitsluitend de samoeraï's bedoelen. En dezen leden meestendeels groot nadeel door den maatregel, daar hun heeren nu het middel misten hen te onderhouden. Het laat zich dan ook begrijpen dat Kodo bijzonder verrast werd, toen hij bij ziju heer, den vorst van Tsjosjose, wien hij zich verplicht zag het eerst de zaak voor te stellen, volledige instemming vond. Eerst daarna wendde hij zich tot Okoebo en de andere leiders der hervormingspartij in de regeering. Ook dezen brachten de zaak bij hun daïmio's en raadslieden te berde en vonden bij de meesteu evenmin tegenstand. Terwijl de plannen tot de practische uitvoering van dit plan werden voorbereid, werd door de gemeenschappelijke werking der keizerlijke land- en zeemacht (de laatste was door een Amerikaansch gepantserd ramschij) versterkt) een onderneming tegen Yeso met goed gevolg uitgevoerd. Wel boden de rebellen hardnekkig tegenstand, maar toen, in Juli 1869, Hakodade was veroverd, werden de leiders gedwongen zich over te geven. Tot groote verontwaardiging hunner samoeraï's zagen Yenemoto en zijn vrienden af van harakiri te plegen. Zij werden ter dood veroordeeld, maar begenadigd en weinige jaren later bekleedde Yenemoto een hoogen rang onder de regeering die hij had bestreden. De mannen die nu het roer in handen hadden, wilden zooveel mogelijk allen, die getoond hadden bekwaam en hervormingsgezind te zijn, om

Sluiten