Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handelingen over in die verdragen aan te brengen wijzigingen, vooral last had zich in het buitenland van alle politieke en sociale toestanden op de hoogte te stellen, en daartoe een aantal jonge ambtenaren er aan werden toegevoegd, werd door de regeering een eigenaardige proef genomen. Een vijftal jonge meisjes van verschillenden leeftijd, dochters van aanzienlijke ambtenaren, vergezelden het gezantschap, om in Amerika een westersche opvoeding te ontvangen. Maar bij dat vijftal is het gebleven; terwijl jaarlijks honderden jonge Japanners naar Europa en Amerika vertrokken, om zich daar beter te ontwikkelen dan in Japan mogelijk was, is verder geen enkele Japansche vrouw met dat doel buitenslands gegaan. Te vergeefs spoorde de regeering er toe aan; het streed blijkbaar met alle denkbeelden, die men zich van de verhouding der seksen maakte. Evenzoo mislukten de wat later aangewende pogingen der regeering om de westersche kleeding in te voeren, bij de vrouwen zoo goed als geheel, niettegenstaande het hof voorging, terwijl zij bij de mannen ten deele slaagden, hoewel op den duur ook bij dezen een reactie tegen de al te snelle en niet altijd practische verandering ontstond. Ook de beperking van het recht der ouders om over hun dochters te beschikken en die van het den man toekomend recht tot echtscheiding, welke in dezen tijd werd ingevoerd, bleef vrij wel een doode letter. Feitelijk bleef de toestand der vrouw in Japan dezelfde ondergeschikte als vroeger. Zoolang trouwens alle zedelijke en godsdienstige begrippen zoo geheel afwijkend bleven van de christelijke, westersche, en de vrouw om zoo te zeggen gebonden was en de man niet, was aan werkelijke verandering op dit punt niet te denken. De wetgever mocht verzinnen wat hij wilde, al zijne bemoeiingen bleken vruchteloos. Daarentegen leerden de Japanners bij de invoering der westersche fabrieksnijverheid al heel spoedig de financieele voordeelen schatten, welke het gebruik van vrouwelijke werkkrachten opleverde. Want dat lag geheel in de richting der Japansche denkwijze; van ouds was inden landbouw de vrouw veelal met zwaarder arbeid belast geweest dan de man.

De hervor- In deze dagen van veranderingen zonder tal, de jaren 1870 tot

mingBperiode. 1880^ tQen de

regeering met bijna koortsachtige haast voortdurend nieuwigheden invoerde naar Europeesch of liever Amerikaansch model, scholen van allerlei aard stichtte, spoorwegen en telegrafen aanlegde (de spoorweg tusschen Yokohama en Tokio werd al in 1872 geopend), de steden met gas verlichtte, algemeenen dienst-

Sluiten