Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welijke conferentie alleen van de groote mogendheden er voor in de plaats te schuiven, doch toen dit plan evenmin bijval vond, werd er verder over het congres niet meer gesproken.

Bismarck, er op bedacht om steeds te zorgen dat Duitschland De opstand

' r . t i i van Cretaeen bondgenoot had en zijn tegenstander niet, had thans, meer nog

door den loop der omstandigheden dan door zijn eigen beleid,

een groote zegepraal behaald. Tusschen Frankrijk en Italië was na Mentana en de verklaring van Rouher, elk bondgenootschap voor den eersten tijd onmogelijk. Het werd thans zaak ook de andere mogendheden van Frankrijk te verwijderen, voornamelijk Oostenrijk en Rusland. Engeland telde in de staatkundige berekeningen van Bismarck uiet veel mede, het had geen leger en was volkomen ongezind om aan een oorlog op het vaste land van Europa deel te nemen. Rusland, dat tegenover Frankrijk niet zeer vriendschappelijk gezind was, moest boven alles tot vriend worden gehouden. Het was daartoe noodig dat Duitschland altijd Frankrijk voor was en te St. Petersburg tegen minder vergoeding meer beloofde dan Frankrijk, iets wat voor Bismarck niet zeer inoeielijk was, omdat Duitschland's staatkundige en stoffelijke belangen in het Oosten, vergeleken bij die van Frankrijk, destijds nog gering waren. Wat Rusland voortdurend in het oog bleef houden was de losmaking van de banden, waardoor het ten opzichte der Zwarte Zee door de bepalingen van den Parijschen vrede van 185G was gebonden, en de ontbinding van het Ottomanische Rijk. Om deze te verhaasten moesten de verschillende nationaliteiten, onder den schepter van den Sultan vereenigd, zich meer en meer doen gelden en op zelfstandig bestuur aandringen, de Slaven in de eerste plaats, maar ook de Grieken.

In het openbaar vernam men van de Russische regeering slechls algemeene betuigingen van belangstelling in het lot van volksstammen die denzelfden godsdienst als de Russen beleden en voor een deel tot hetzelfde ras behoorden; in het geheim werd door een groot aantal Russische agenten, van niet al te hoog gehalte op zedelijk gebied, en wien het aan klinkende munt nimmer ontbrak, in het geheele rijk van den Sultan voortdurend op de bevolking gewerkt. Zij waren de stille bewerkers van de meeste opstanden en bewegingen tegen het gezag van den Sultan, die dan aan de Russische regeering weder de welkome gelegenheid gaven om tegen het wanbeheer aan den Bosporus op te komen.

Sluiten