Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Porte van haar recht tot het houden van een bezetting in de citadel van Belgrado eindelijk afstand had gedaan, werd in 1868 vermoord; zijn minderjarige neef, Milan übrenovitch, volgde hem op onder de voogdij van een raad van regentschap, uit drie aanzienlijke Serviërs bestaande.

De belangrijkste gebeurtenis die in deze jaren in het Oosten plaats Het

. _ iiT • • öuez-Jcanaai.

greep, was zeker de voltooiing en opening van het Suez-kanaal. Wij hebben reeds vroeger vermeld, hoe De Lesseps in 1856 het plan tot doorgraving der landengte tusschen de Middellaudsche Zee en de Eoode Zee in Engeland had aangeprezen en welke weinig bemoedigende ontvangst hem daar was te beurt gevallen, (Deel I, bladz. 757). Hij liet zich hierdoor allerminst ontmoedigen, maar ging voort met de voorbereiding van zijn grootsch plan dat door den Onderkoning (Khedive) van Egypte, Mohammed Said, gesteund werd en ook, voorzoover hem dit tegenover Engeland's tegenstand mogelijk was, door Napoleon III. In 1855 had De Lesseps een internationale commissie van ingenieurs uitgenoodigd om een verslag uit te brengen over de uitvoerbaarheid van zijn plan en over de wijze van uitvoering. Zij bestond uit dertien Europeesche ingenieurs: vier Eugelsche, vier Fransche, een Oostenrijker, een Spanjaard, een Italiaan, een Nederlander en een Pruis, en kwam in October 1855 te Parijs bijeen. Het Nederlandsche lid, Courad, werd tot voorzitter benoemd en vertrok met vier zijner medeleden naar Egypte,

om op de plaats zelve den toestand te gaan opnemen.

Na een verblijf aldaar van twee maanden keerden zij in Europa terug, waar zij een zeer gunstig verslag van hunne bevindingen uitbrachten. Het denkbeeld om het kanaal te Alexandrië te doen aanvangen werd door hen verworpen, zij raadden beslist aan, den kortsteu weg te volgen en verklaarden dat er aan het werk geen buitengewone bezwaren verbonden waren. De kosten voor den aanleg van het kanaal werden door hen op 200 millioen franken geraamd.

De Lesseps richtte nu een maatschappij op, die van den Onderkoning de concessie verkreeg om het kanaal aan te leggen; het benoodigde kapitaal hoopte hij in Europa en Amerika te vinden. Buiten Frankrijk was de deelneming echter gering; meer daii de helft van het kapitaal werd in dit land geplaatst, het overige werd door den Onderkoning genomen. Slechts zes millioen van de twee honderd kwamen uit andere landen, in Engeland werd voor nog geen vijftig duizend franken ingeschreven. De eerste spade werd in den grond gezet op 25 April 1859.

Sluiten