Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Unionist, wilde niet langer zijn ambtgenoot blijven, terwijl vertegenwoordigers van de democratische partij zitting namen in het ministerie. Op deze partijtwisten en op persoonlijke belangen bleef de aandacht gevestigd, maar met den innerlijken toestand van het land braken zich noch regeerders noch vertegenwoordigers het hoofd. Voor het onderwijs, de ontwikkeling van landbouw en nijverheid, het verkeerswezen, werd weinig of niets gedaan en dat in een land waar onder de lagere klassen de grofste onwetendheid heerschte en waarvan meer dan de helft van den vruchtbaren bodem braak lag. De financieele toestand was hopeloos en de koloniën verkeerden in een even droevigen toestand als het moederland. Vooral in Cuba, waar het nimmer geheel rustig was, ging de vlam van het oproerig verzet tegen het moederland weder in lichtelaaien gloed op.

De Pooische jn Rusland had Keizer Alexander II de hervorming der staatkundige opstand. en maatschappelijke toestanden van zijn Rijk met grooten ijver en oprecht plichtbesef voortgezet. Hij was echter tegen deze moeielijke taak niet volkomen opgewassen. De goede bedoelingen ontbraken niet, maar wel de krachtige wil. Ook vond hij in zijne omgeving niemand, die niet alleen de buitengewone bekwaamheid voor dezen zwaren arbeid vereiseht bezat, maar tevens de neiging om dien te volvoeren. De meer ontwikkelde Russen waren veelal huiverig voor de nieuwe toestanden die de Keizer in het leven wilde roepen, en voor zoover zij er mede ingenomen waren, steunden zij den Keizer minder uit beginsel dan uit nationale ijdelheid, omdat zij het voor hun land vernederend vonden dat het als achterlijk en barbaarsch, vergeleken met de landen van West-Europa, werd beschouwd. Zij zagen dan ook meer op het uiterlijke dan op het innerlijke, het was hun genoeg om aan den Russischen Staat en aan de Russische maatschappij een zeker vernis van vooruitgang en beschaving te geven. Daarbij ontbrak het hun in den regel aan werkkracht en doorzettendheid. Van natuur is de Rus, vooral zoo hij tot den aanzienlijken stand behoort, afkeerig van geregelde werkzaamheid, hij houdt van verstrooiing en uitspanning, en is reeds in zijne vroege jeugd gewoon om aan de vermaken der groote wereld ruimschoots deel te nemen. Hij is meer ontvankelijk voor indrukken dan voor overtuigingen, aan belangstelling en weetgierigheid ontbreekt het hem niet, wel aan de volharding om zich door grondige bestudeering in de vraagstukken die hij moet oplossen in te werken. Het

Sluiten