Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelen te grijpen, om die terug te erlangen. Zij was even lichtzinnig, onbezonnen en ontvlambaar gebleven als voorheen.

Tegen de Russische overheersching waren alle Polen hartstochtelijk gekant. Men onderscheidde echter bij hen twee groote schakeeringen, de witte en de roode. De witte stond voornamelijk onder leiding van den hoogen adel en was in hare eischen behoudend. Zij ijverde voor een vrijmaking van het Russische juk en herleving van het koninkrijk Polen, zoo mogelijk zonder omwenteling. De roode daarentegen wilde de omwenteling en de republiek; zij had haren aanhang \oornamelijk onder de stedelijke bevolking en was voortdurend in aanraking met die uitgewekenen, die tot de internationale oinwentelingspartij van Mazziui en liedru Rollin behoorden. Tusschen deze beide partijen in, eenigermate als de gemeenschappelijke vriend die hen bijeen hield, stond de katholieke geestelijkheid, die met hartstochtelijken haat vervuld, zoowel tegen de Russische ambtenaren die haar verdrukten, als tegen de Grieksche Kerk die haar als onrechtzinnig veroordeelde, het vuur van verzet in de gemoederen voortdurend aanblies. De Poolsche geestelijke was weinig ontwikkeld en stond ook op zedelijk gebied niet hoog, maar hij had op de zeer geloovige bevolking, vooral op de vrouwen die bij uitstek dweepziek en bijgeloovig waren, een onbegrensden invloed. Hij gebruikte dien invloed hoofdzakelijk voor staatkundige doeleinden en gaf zelf op de meest krasse wijze het voorbeeld van ongehoorzaamheid aan de bestaande wetten.

In Polen hadden, sinds de Italiaansche oorlog van 1859 den omwentelingsgeest in geheel Europa wakker had gemaakt, zich de voorteekenen van een wederoplevend verzet tegen de Russische heerschappij geopenbaard, niettegenstaande de uit woorden zoowel als uit daden blijkende gezindheid van Alexander II om aan de wenschen der Polen zooveel mogelijk tegemoet te komen. De onverzoenlijken wilden geen weldaden uit de hand van den Russisehen Keizer aanvaarden, een hunner verklaarde destijds: onder een harde regeering staan de Polen op omdat zij moeten, onder een zachte omdat zij kunnen.

Nadat de gemoederen langzamerhand door geheime opruiing waren voorbereid, kwam het voor het eerst in 1860 tot feitelijkheden. Bij gelegenheid van de begrafenis eener weduwe, wier man in 1831 in den strijd tegen de Russen was gevallen, had er in de straten van Warschau een groote volksbetooging plaats. Van dien dag aan bleef de bevolking in gisting, vooral onder den invloed van oproerige ge-

Sluiten