Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw ministerie worden gevormd. Een zuiver vrijzinnig ministerie, verantwoordelijk aan de Kamer, was een te groote stap voor den nog weifelenden vorst. Hij behield enkelen der oude ministers, onder andere den minister van oorlog Niel, en den minister van binnenlandsche zaken Forcade, en voegde aan hen eenige bekwame mannen toe. Het hoofd van het nieuw Kabinet was Chasseloup Loubet, die een goeden naam als bestuurder en een min of meer vrijzinnig verleden had. Het ministerie telde echter niet langer een man van groote beteekenis, zooals Rouher, in zijn midden. Alles liet aanzien, dat dit bewind van verdienstelijke mannen, maar staatslieden van den tweeden rang, niet opgewassen zoude zijn tegen den ernst van den toestand.

Nauwelijks had dan ook de Senaat zijne goedkeuring aan de gedane voorstellen gehecht, waardoor de bevoegdheid zoowel van de Kamer als van den Senaat niet onaanzienlijk waren uitgebreid, of de Keizer begon reeds in te zien, dat zijn ministerie niet bestand zoude zijn tegen de stormen die te wachten waren zoodra de Kamer der afgevaardigden bijeen kwam. Hij wilde vóór dit tijdstip een man van groote bekwaamheid en invloed er in zien opgenomen en vestigde weder zijn oog op Olivier. Langdurige onderhandelingen tusschen den Keizer en dezen staatsman hadden echter niet den gewenschten uitslag. Toen op 5 November de Kamer bijeenkwam, vond zij nog altijd het in het voorjaar gevormde ministerie, met uitzondering van den minister van oorlog, maarschalk Niel, die in Augustus was overleden en door den generaal Le Boeuf was opgevolgd. Inmiddels hadden de onverzoenlijken te Parijs nieuwe zegepralen behaald; door de dubbele verkiezing van vier hunner, die te Parijs en in de provincie gekozen, voor Parijs hadden bedankt, moest de hoofdstad vier nieuwe vertegenwoordigers kiezen. Onder de vier nieuwgekozenen, allen mannen van de uiterste linkerzijde, was ook Rochefort, die naar België was geweken wegens een tegen hem gewezen vonnis, maar op uitdrukkelijk bevel van den Keizer, zoodra hij kandidaat was gesteld, weder in Frankrijk vrij werd toegelaten. Hij vergold deze edelmoedige behandeling door een verdubbeling van smaadredenen tegen den Keizer.

In de Kamer had intusschen Olivier een aantal leden van de rechterzijde onder een vrijzinnig programma weten te vereenigen. Zij waren 133 man sterk. Een andere groep van 37 leden vormde zich onder den naam van linker-centrum. Het ministerie begreep nu dat het onmogelijk aan het bewind kon blijven en nam zijn ontslag. De Keizer

Sluiten