Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

DE DÜITSCH-FBANSCHE OORLOG.

"Wii hebben reeds vermeld (bladz. 427) dat Prim, toen de candidatuur Df trooncan-

» _ . j • di dat uur v&d

voor (le Spaansclie kroon van den Portugeescnen v orst en later dieLeopoid van

van den Italiaanschen Prins waren mislukt, zijn oog had geslagen op Hohenzollern

_ » • in Dp&nj6*

Prins Leopold van Hohenzollern, den oudsten broeder van den Koning van Rumenië. Het is niet zeker of hij uit eigen beweging op dit denkbeeld was gekomen, dan wel op aanraden van Bismarck, maar wel staat het vast dat Bismarck deze candidatuur dadelijk met ingeïiQmenheid begroette, ofschoon hij, toen de dagbladen er van begonnen te reppen, zich in zijne aanraking met diplomaten zeer voorzichtig uitliet en onder anderen aan den Franschen gezant te kennen gaf, dat hij geloofde, met het oog op den onzekeren toestand in Spanje, dat de Koning van Pruisen aan den Prins den raad zoude geven om de kroon niet aan te nemen, indien deze hem werd aangeboden. Bismarck zag in de troonsbestijging van een Hohenzollern te Madrid een staatkundige winst voor Duitschland, een verhooging van aanzien voor het Pruisische Koningshuis en een vernedering voor den Keizer van Frankrijk, die altijd gepoogd had een overwegenden invloed op de aangelegenheden in Spanje uit te oefenen. Ook zal het denkbeeld hem wel niet vreemd zijn geweest dat deze zaak wellicht de aanleiding kon worden tot den oorlog met Frankrijk, van welks noodzakelijkheid hij overtuigd was. In Spanje was de candidatuur van Hohenzollern reeds openlijk verdedigd door een lid der Cortes, Salazar, die op verzoek van Prim, in September 18G9, een bezoek aflegde bij den Prins van Hohenzollern, die toen op het kasteel Weinberg, niet ver van Ziirich, bij zijnen vader vertoefde. Salazar werd op deze reis vergezeld

30

Sluiten