Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelnemen, rekende men tocli aan het Departement van Buitenlandsche Zaken te Parijs er vast op, dat men Oostenrijk als bondgenoot aan zijne zijde zoude hebben.

Op het oogenblik dat de storm uitbrak waren verschillende vorsten, staatslieden en diplomaten reeds in het genot van hunne zomerrust. De Koning van Pruisen was te Ems, waar hij jaarlijks een badkuur deed. Bismarck was op zijn buitengoed te Yarzin, de Fransche ambassadeur te Berlijn, Graaf Benedetti, in een Zuid-Duitsche badplaats. De Fransche regeering was begonnen met dadelijk inlichtingen te vragen te Berlijn en te Madrid. Prim antwoordde, dat zoo de Prins van Hohenzollern hem meldde dat er bezwaren bij hem waren gerezen omdat zijne candidatuur bij den Koning van Pruisen tegenstand ontmoette, hij hem het terugtreden gemakkelijk zoude maken. In Berlijn vernam de Fransche zaakgelastigde van den waarnemenden minister van Buitenlandsche Zaken het wachtwoord, dat aan dezen door Bismarck was gegeven: de Pruisische regeering staat geheel buiten de zaak en weet van niets. De Fransche regeering achtte nu het oogenblik gekomen om zich tot Koning Willem zelf te wenden en Benedetti ontving dan ook den last zich naar Ems te begeven, om te trachten van den Koning de verklaring te verkrijgen, dat hij de aanneming van de Spaansche Kroon door den Prins van Hohenzollern afkeurde en de toezegging, dat hij hem zoude gelasten op zijn besluit terug te komen. Intusschen kookte het reeds in de Fransche Kamer, de regeering werd door een interpellatie gedwongen, om eenige opheldering te geven. Zij deed dit in zeer kalme bewoordingen en verzocht de Kamer om voor het oogenblik de beraadslagingen over deze zaak uit te stellen, maar zij had niet kunnen nalaten, om onder den drang der sterk geprikkelde openbare meening, eene verklaring aan hare uiteenzetting van den toestand toe te voegen die een niet te ontkennen oorlogzuchtig karakter had en in Duitschland terecht reeds dadelijk groote gevoeligheid opwekte.

De besprekingen tusschen den Koning van Pruisen en den Franschen ambassadeur te Ems hadden een weinig bevredigenden uitslag. De Koning weigerde om aan den Prins van Hohenzollern te gelasten op zijne aanneming van de Kroon terug te komen en verklaarde dat hij zijnen neef geheel vrij wilde laten. De Fransche regeering was derhalve in de onmogelijkheid om de opgezweepte openbare meening tot bedaren te brengen. In Madrid was men inmiddels meer en meer onder den indruk geraakt van den ernstigen toestand die door de llohenzollernsche

Sluiten