is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de candidatuur vau den Prins van Hohenzollern de mogelijkheid van een oorlog tusschen Frankrijk en Pruisen deed geboren worden, haastte Beust zich om aan de Fransche regeering mede te deelen, dat op een bondgenootschap met Oostenrijk niet moest gerekend worden en dat zelfs het opstellen van een observatie corps in Boheme, waardoor Pruisen genoodzaakt zoude zijn een deel van zijn leger aan de Oostenrijksche grenzen te houden, volstrekt niet in zijne bedoelingen lag. Gramont had, zooal niet dadelijke deelneming aan den oorlog dan toch zeker dit laatste verwacht en voelde zich bitter teleurgesteld door deze misrekening, die hem, zoo hij zich de ervaring, gedurende zijn verblijf te Weenen als ambassadeur opgedaan, had weten ten nutte te maken voorzeker zoude zijn gespaard geworden.

Behalve de persoonlijke zienswijze des Keizers, de stemming der bevolking en de binneulandsche staatkunde, waarbij de toestand der schatkist bovenal in aanmerking kwam, was er voor de Oostenrijksche regeering nog een andere zeer gewichtige beweegreden die haar tot het bewaren eener strikte neutraliteit noopte. Rusland's verhouding tot Duitschland was nog altijd bij uitstek vriendschappelijk, de Czaar had de Hohenzollernsche candidatuur afgekeurd, maar was er zeer over vergramd dat Frankrijk, nadat die candidatuur was ingetrokken zich niet voldaan had getoond. Indien een der Europeesche mogendheden Frankrijk te hulp kwam was de kans groot, dat de Czaar zich aan de zijde van Duitschland zoude scharen en hij zoude dit ongetwijfeld doen indien deze mogendheid Oostenrijk was, waarop men te Petersburg sedert den Krimoorlog zeer gebeten was en dat later, ook bij gelegenheid van den Poolschen opstand, niet altijd een gedragslijn had gevolgd die Rusland aangenaam was geweest. Te Weenen was dit geen geheim en Beust, die zelf reeds vergeefsche pogingen had gedaan om Rusland meer vriendschappelijk te stemmen, wist volkomen goed dat elke aan Duitschland vijandige handeling zijnerzijds, onmiddellijk den oostelijken nabuur uit zijne teut zoude doen treden. Hij besloot dus voorioopig de onzijdigheid in acht te nemen en verder den loop der gebeurtenissen af te wachten. Italië deed hetzelfde. Koning Yictor Emauuel was aanvankelijk geneigd den Keizer van Frankrijk bij te springen. De herinneringen aan den oorlog van 1859 waren altijd levendig gebleven in zijn gemoed, dat meer vatbaar was voor opwellingen dan voor kalme overweging. Indien Napoleon III — wat Beust dezen schijnt te hebben geraden — hem had toegezegd Rome te zullen ont-